1.header.png 2.header.png 3.header.png 4.header.png 5.header.png 6.header.png 7-.jpg 7.header.png 8-.jpg
In de Media Okt
12

Verga over zijn tijd in Oranje

Nieuws afbeelding

Als het gesprek tussen hockeyer Valentin Verga en Trouw bijna een half uur aan de gang is, trapt de speler van Amsterdam ineens op de rem in het Amstelveense café Anno 1890. "Het lijkt nu net alsof ik al gestopt ben”, constateert hij wat zorgelijk. Verbeten: "Ik hockey nog een paar jaar, hè”.

 

Voor een afscheidsinterview is het nog te vroeg, wil Verga (31) maar aangeven, want ook dit seizoen wil de middenvelder van Amsterdam het beste uit zichzelf halen, zoals zondag in de derby tegen ‘buurman’ ­Pinoké. Maar Verga, een vlotte prater, spreekt opvallend vaak in de voltooid verleden tijd, bemerkt hij tijdens het interview.

En dat is niet zo gek. Eind januari stond bondscoach Max Caldas ineens op de stoep bij hem in Amsterdam. Verga wist meteen: hij zou afvallen in het traject richting de Olympische Spelen. "Ik vond het verschrikkelijk”, zegt Verga, die 193 interlands speelde voor Oranje. "Het voelde alsof mij onrecht werd aangedaan, een typische reactie voor topsporters. Tegelijkertijd moet ik de keuze van de bondscoach respecteren. Hij vindt mij niet goed genoeg. Simpel.”

 
 
Rouwproces
Onorthodox

 

 

 

 

In maart, nadat Verga op zijn tandvlees nog twee competitieduels met Amsterdam had gespeeld, kwam de wereld tot stilstand vanwege de uitbraak van het coronavirus. "Voor een rouwproces was het een ideale tijd”, glimlacht Verga vanachter zijn spa rood. "Ik kreeg er steeds meer vrede mee en zag in hoe waardevol de afgelopen tien jaar zijn geweest. Ik mocht twee keer uitkomen op de Spelen. Dat is niet iedereen gegeven. Het probleem is alleen: als je al zoveel hebt meegemaakt, dan kijk je altijd naar wat komen gaat. Aan Tom Brady (American Football-speler, red.) werd eens gevraagd: ‘Tom, wat is je mooiste Super Bowl-ring?’ Waarop hij zei: ‘The next one’. Zo is het natuurlijk.”

Tot teleurstelling van Verga werden de Spelen van Tokio ook nog eens met een jaar uitgesteld. Verga, berustend nu: "Ik had het liefst dat die pleister er in één keer af was ­getrokken. Nu wil ik het goed doen met Amsterdam, maar ik verwacht niets meer.” Of hij heeft overwogen om te stoppen? "Eventjes”, bekent hij. "Alleen, ik heb zo’n liefde voor het spel. Ik vind hockey zó leuk dat ik toch doorga.”

In momenten van reflectie komt die moeilijk te beantwoorden vraag weleens voorbij bij Verga: heeft hij alles uit zijn carrière gehaald? Op zijn palmares staan twee landstitels en twee EK-titels. Te weinig voor een speler van zijn kaliber? "Ik heb veel finales verloren”, erkent hij. "Maar ik ben er trots op dat ik zo lang heb gepresteerd op het hoogste niveau. Ik heb altijd met mijn hart gehockeyd.”

Dat laatste kan niet iedereen waarderen in hockeyland. Over geen speler zijn de meningen zo verdeeld als over Verga. "Je houdt van me of niet. Er is geen middenweg bij mij. Soms komen mensen naar mij toe en zeggen: je bent zo’n mooie hockeyer, gedraag je daar ook naar. Dan denk ik: hoezo? Dit is wie ik ben. Ik ben toch niet op hockey gegaan om aardig gevonden te worden?”

Het zegt veel over de hockeywereld, stelt Verga in zijn trainingskloffie. Hij, een geboren Argentijn, is in de beeldvorming de straatvechter tussen de ideale schoonzonen. "Hockey is best een vastgeroeste sport”, meent hij. "We zijn allemaal eenheidsworsten. Dat zie je bij de bond, bij de clubs, en het zet zich allemaal voort. Ik zou het mooi vinden als er vanuit de jeugd types worden geselecteerd die er wat onorthodox uitzien of het spel op een andere manier geleerd hebben. Daar wordt de sport nooit slechter van.”