1.header.png 2.header.png 3.header.png 4.header.png 5.header.png 6.header.png 7-.jpg 7.header.png 8-.jpg
Historie
'Amsterdamsch' tophockey  
'Amsterdamsch' tophockey in de vorige eeuw
 

Toen het bestuur van de "vrienden” mij vroeg aan de hand van eigen belevenissen de in sportief opzicht tot nu toe waarschijnlijk meest succesvolle periode van  de   club uit de mottenballen te halen wilde  ik   daar wel even over nadenken.

Reden   daarvoor is het -in 2007 eveneens voor de "vrienden” gehouden- praatje van teamgenoot   Charles Coster. Een rake en vrolijke schets van de wereld, meer in het    bijzonder van de hockeywereld in de 50er jaren en van het eerste elftal dat in 1958 uit   de eerste klas verdwijnt om er een jaar later ten koste van Hilversum weer in   terug te keren.

Het   relaas van Charles eindigt in 1959. Aan de in sportief opzicht niet de minste   jaren daarna besteedt hij een zin: "we zijn van 1962-1966 zonder   noemenswaardige inspanning een paar jaar achter elkaar landskampioen geworden”.   Punt uit.

 

Die even kernachtige als korte samenvatting biedt dus voldoende ruimte de draad nog  eens op te pakken en de sportieve hoogtepunten uit de jaren ’60 van de vorige   eeuw wat uitvoeriger in beeld te brengen.

Bovendien: een club die de laatste jaren weer zo prominent in de top van het Nederlandse   hockey meedraait en dit voorjaar opnieuw landskampioen wordt kan en mag natuurlijk   ook zijn eigen geschiedenis niet vergeten. Ook hier geldt: ken je klassieken!

 

Het   is dus in mei jl. exact 50 jaar geleden dat Amsterdam in 1962 voor de eerste   keer na de oorlog kampioen van Nederland wordt. Het laatste kampioenschap   daarvoor dateert uit 1937.

Dat   is het elftal o.l.v. Rein de Waal. Een speler/captain en later coach, ook van   het Nederlands XI, die vooral in tactisch opzicht zijn tijd lichtjaren vooruit   is. Ook onze generatie heeft daarvan nog kunnen profiteren.

 

Ik   neem u dus graag mee op een "trip down memory lane” maar beloof u tegelijk iedere  neiging tot nostalgie de kop in te drukken. En me daarom te concentreren op wat   zich op en om het hockeyveld afspeelt. Andere zeker ook memorabele zaken   blijven buiten beeld.

Zoals   o.m. het doldwaze optreden van "les Quatre Idiots”, de jarenlange rol van Bob   Zeverijn als de in meer dan een opzicht "gewichtige krantjesmagnaat” en de   vaste act van Bob van Lookeren die onder het motto: "lekker rokeren met van   Lookeren” met een sigaar uit eigen doos menige ledenvergadering weet te redden.

 

De  beginjaren

Zelf   word ik begin jaren ‘50 samen met een groep leeftijdgenoten lid van de hockeyclub.

Het   toelatingsritueel (ballotage als u dat netter vindt klinken) is natuurlijk   oerdegelijk en bestaat o.m. uit het op het clubhuis verschijnen in volledig clubtenue.   Uiteraard ook met stick, afkomstig van wie anders dan Eilers -zelf oud-speler van  heren I- in de Cornelis Schuytstraat. Van een trainingsoutfit heeft nog nooit   iemand gehoord, een trui (bij voorkeur wit) is het maximaal haalbare.

We   beleven het hockey tijdens die juniorjaren zoals in die tijd gebruikelijk: "learning by doing”. De structuur daartoe is even duidelijk als eenvoudig: woensdagmiddag training, zaterdag  competitie. Bonuspunten verdien je door zondagmiddag in het stadion naar het eerste te komen kijken. Waar wijkagent Kaat -uiteraard   met fiets- op afstand een oogje in het zeil houdt.

 

Het jaarlijks hoogtepunt is de landelijke "hockeyjamboree” in de Paasvakantie: het Bosplan- en het Truid Terwindt-tournooi. Het officieuze junioren landskampioenschap  waarvan de finale bij hoge uitzondering in   het stadion gespeeld mag worden.

De   jeugdleiding bestaat uit vaderlijk optredende dus vertrouwenwekkende figuren: ik  noem o.m. Han Collot d’Escury (die als ik het me goed herinner vanwege de   modder geregeld op klompen loopt), daarnaast Rutger d’Ailly en Jan Schultsz. Een   vaste waarde is -wie kent hem niet- (bijles- annex hockeyleraar) "meneer” Onland. Traditioneel uitgerust met pijp en stick met -uiteraard- hele lange   haak.

 

Hoewel   de vette en hobbelige polderklei zich niet bij uitstek leent voor technisch  verantwoord hockey zorgen -met heel veel inzet- eerst Jan Noomen en daarna Jan   Barlag er desondanks voor dat we ieder jaar opnieuw onder  redelijke omstandigheden kunnen spelen.

En   hoe vaak jagen deze groundsmen ons als overenthousiaste junioren niet uit de  kwetsbare cirkels wanneer we weer eens willen laten zien hoe hard en hoog we de   bal in het net kunnen knallen.

 

Een structureel probleem zijn de wormen die ieder najaar in groten getale op alle velden de kop opsteken. Eens in de zoveel tijd worden ze met chemische middelen die   ook op afstand goed zijn voor een niet alledaagse reuksensatie bestreden. Met   karrenvrachten worden ze  afgevoerd. Maar   wel met de zekerheid dat dat ritueel een paar jaar daarna moet worden herhaald.   Uiteraard lijdt ook het stadionveld onder deze kwaal.

Jan   Barlag vertrouwt me later overigens nog eens toe dat zijn "grootste bedreiging”   niet de wormen maar de sliding van Cees Lips is. Als rechtsback van heren I weet   Cees meer dan eens een doorgebroken tegenstander met een fenomenale sliding   waarop hij het patent heeft en waarop menig voetballer jaloers zou zijn alsnog   de bal te ontfutselen. De sporen die deze unieke en uitzonderlijke techniek op   de kwetsbare stadionmat nalaten zijn even dramatisch als lang.

 

Door   Rein de Waal tijdens een aantal trainingsmiddagen "gespot” beland ik 17 jaar   jong in het najaar van 1956 in het eerste elftal. Om daarin de volgende 17 jaar   te blijven spelen.

De   Russische inval in Hongarije houdt op dat moment ook heel Nederland in de greep  en zorgt er bovendien voor dat ons land (met Spanje en Zwitserland) de   Olympische Spelen in dat jaar in Australië op het laatste moment boycot. Een   eerste groep atleten die inmiddels ter voorbereiding al in Melbourne is   aangekomen kan dus nog voordat de Spelen zijn begonnen weer naar huis. De rest   van de Nederlandse ploeg -het grootste deel- is nooit naar Australië   vertrokken. Met dank aan NOC-voorzitter Linthorst Homan die zijn brandende ambitie   CvK in Friesland te worden niet ondergeschikt weet te maken aan de Olympische   realiteit van dat moment.

 

Tijdens   dat voor mij eerste dus spannende jaar blijft een wedstrijd me ook vandaag goed   bij: uit tegen HHIJC, het huidige KZ, waarin iconen als Roepie Kruize en Piet  Bromberg op hun laatste actieve hockeybenen lopen. Met name Kruize, wiens   gewicht in kilo’s inmiddels gelijke tred houdt met de 100 plus door hem   gemaakte competitiegoals, hoeft  maar quasi-verongelijkt   richting scheidsrechter te kijken om een vrije slag te versieren. Meestal natuurlijk   niet terecht. En dat "kunstje” vertoont hij met iets te grote regelmaat. We   praten over hoofdklassehockey in 1956.

 

Amsterdam   telt 400-500 leden die ontspannen met elkaar omgaan en competitie spelen op   vier grasvelden. Het kleine en -zeker wanneer het goed bevolkt is- prettig   drukke clubhuis is het epicentrum van de club. En ter geruststelling: op   zondagmiddag vloeit het bier na afloop van de wedstrijden rijkelijk. En uit het   piepkleine keukentje komen regelmatig bitter- en andere ballen. Vrolijke smaakmaker   in die tijd is o.m. het collectief rondom Jos Rietkerk. Oorspronkelijk als   heren XVIII en later als Vet. C. trekt dit elftal niet zozeer binnen maar des te meer buiten de lijnen met regelmaat en op meerdere fronten de nodige aandacht.

Het   staatsieportret elders in het clubhuis getuigt ook vandaag nog van de  onsterfelijkheid van dit team. Daarnaast zijn ook mensen als Tjaard Berghuis   altijd wel goed voor een bijdrage aan de zondagse feestvreugde.

 

Periode   1959-1960

Over   de periode tot 1960 ben ik kort.

De   altijd enthousiaste "Tonny Drilling, onze coach is Drilling” loodst ons in 1959  met  grote inzet en overtuiging door de overgangsklasse terug naar het hoogste   niveau. Na een zege in de uitwedstrijd en een nederlaag thuis is een (derde)  beslissingswedstrijd tegen Hilversum op Be Fair noodzakelijk. Charles Coster   heeft die wedstrijden, dat tijdperk, de spelers en de prominente rol van Tonny   daarbij indertijd uitvoerig uit de doeken gedaan.

Een   moment uit die laatste wedstrijd mag beslist nooit uit de geschiedenisboeken.

In   alle spanning krijgen we na een blijkbaar stevige overtreding in de cirkel een  strafbully om de oren. Aan strafbal laat staan ‘shoot out’ zijn we dan nog lang   niet toe.

Bul   Terlingen -zo’n verdediger  uit een stuk,  alleen zijn voornaam al- belast zich daarmee volgens afspraak aan onze kant.

Voordat   het bully-ritueel zich voltrekt loopt Bul uiterlijk onbewogen op zijn   tegenstander  Peer van Ugchelen af, geeft   hem een hand en zegt voor iedereen duidelijk hoorbaar:

"Peer,   veel succes en je weet het: je doet het voor je club”. Het resultaat van deze  psychologische   oorlogsvoering is even vermakelijk als succesvol. Ik zie de   pokerface van Bul nog voor me. We winnen deze krankzinnige wedstrijd   uiteindelijk met 1-0.

Terzijde: de vraag wat er zou zijn gebeurd als we niet binnen een jaar waren teruggekeerd   naar het hoogste competitieniveau hebben we gelukkig nooit hoeven te  beantwoorden. Het komt met het tophockey in Hilversum daarna in ieder geval   nooit meer echt goed.

 

1961-1962

De  voorbereiding op het seizoen 1961-1962 verloopt in zeker een opzicht meer dan  opmerkelijk. In de woorden van een bekende voetbalfilosoof: "soms moet er wat  gebeuren voordat het gebeurt”.

Piet  Bromberg, dan coach van het Nederlands elftal, ontdekt tijdens een van zijn  scoutingtrips een talent bij buurman Hurley. Met Jaap Voigt -want hij is die  belofte- sprekend over zijn kansen en mogelijkheden in aanmerking te komen voor  de nationale ploeg deelt Bromberg hem mee dat daarvoor slechts een belangrijke voorwaarde  bestaat: competitie spelen op het hoogste niveau. Maar die mogelijkheid biedt  Hurley op dat moment niet.

En  omdat de bosclubs in die tijd een "heerenaccoord” kennen dat er op neerkomt  geen spelers bij elkaar "weg te kopen” begrijpt u het probleem.

Het  wordt uiteindelijk en na de nodige verwikkelingen ook in eigen gelederen praktisch   opgelost. Jaap bedankt voor Hurley en monstert aan bij Amsterdam. Dat deze  transfer niet echt bijdraagt aan de goede verhoudingen tussen beide clubs  behoeft geen betoog. Ook al speelt het zich 50 jaar geleden af, de belangen van  betrokken partijen zijn er niet minder om. Hurley-voorzitter Ponsen begrijpt  als geen ander dat hij de ontwikkeling van zo’n goeie speler onmogelijk kan  tegenhouden en legt zich dus, zij het nog lang nasputterend, bij de uitkomst neer.  En hij niet alleen.

 

Bij  de start van de competitie in september wordt duidelijk dat bijna-veteraan Hans  Wagener zich nog een jaar laat strikken voor tophockey. Wanneer hij tijdens een training hoort hoe het elftal (dus met Jaap Voigt) er uit gaat zien zegt hij  dat hij met dat team en als het effe kan in het hockeystadion dat in 1937  o.l.v. zijn oom Joop is gebouwd wel een keer kampioen wil worden.

Een  even gedurfde als riskante uitspraak.

Tegelijk  komt Jan Minnema uit BMHC, het huidige Bloemendaal, over. Een lange vent met  uitschuifbare armen. Als linkshalf door geen aanvaller te passeren.

En  naast Nico Spits die inmiddels al in de hoofdmacht van de club speelt dient ook  broertje Frans zich luid en duidelijk aan voor een plek in het elftal. Zo wordt  heel voorzichtig duidelijk dat we in dat seizoen in ieder geval op papier over  een ploeg beschikken met beslist meer perspectief dan in vele jaren daarvoor.

 

Vooral  aanvallend bestaan er voorzichtig uitgesproken verwachtingen: de beide Spitsen (Nico met z’n technische trukendoos, Frans als fel bijtertje met een neus voor  zelfs de kleinste kans), Jaap Voigt met zijn spelinzicht en subtiele passeerbeweging  en Charles Coster (van Voorhout mag er in die tijd nog achter) als piemelaar op  de vierkante meter die als rechtsbuiten een bloedhekel heeft aan het geven van  een voorzet en net zo makkelijk vooruit als achteruit spelend zijn tegenstanders  dolt. Tot op de dag van vandaag is de vraag of hij überhaupt wel een bal kan slaan  nooit beantwoord.

Aan  coach Bert Smit Sibinga, zelf jarenlang speler van heren I, de opdracht dit van  ambitie stuiterende elftal in goede banen te leiden. Dat kun je prima aan Bert  overlaten.

In  de competitie valt vervolgens alles op zijn plaats.

Resultaat: we pakken zonder een nederlaag de westelijke titel. De voorsprong op nummer  twee SCHC bedraagt een straatlengte.

Aansluitend  volgt de strijd om het landskampioenschap met Arnhem, EMHC en LHC die op 19 mei 1962 in Eindhoven glorieus wordt afgerond: EMHC wordt met 4-2 verslagen.

Hockeybond-voorzitter  Wim Westermann -keurige bobo dus strak in het pak- kan de zilveren bokaal met  kleine oren uit zijn auto halen. De tiende landstitel, de eerste ster is een  feit.

En  een niet onbelangrijk detail: er gaat precies een fles champagne in de kampioensbeker.

 

Een  fraai resultaat in het lustrumjaar waaraan o.m. aandacht wordt besteed tijdens  een Heerendiner in de Groote Club op de Dam. Als aanvoerder van en namens het   kampioensteam uit 1937 presenteert Rein de Waal ons als spelers bij die  gelegenheid een rode clubblazer.

Hij  vindt dat we er in ieder geval zondag netjes en herkenbaar uit moeten zien. Daarnaast  zorgt Vet. A-captain Wim Martini er met een aan alle spelers aangeboden fraai bronzen  miniatuur voor dat we ons dit eerste kampioenschap sinds jaren ook vandaag nog goed  herinneren.

De  combinatie van een aantal oudere ervaren spelers met de gretige, fitte en  prestatiegerichte twintigers onder leiding van het in meer dan een opzicht "oliemannetje”  Bert Smit Sibinga heeft zich overtuigend gepresenteerd. Een ding is in ieder  geval dus zeker na dat seizoen: dit resultaat smaakt naar meer.

 

1962-1963

Lau  Mulder (wat een klasse-keeper), Hans van Waaijen (ik ken geen andere speler die  zo verliefd op de bal is) en Hans Wagener (je moet hem drie keer passeren  voordat je hem voorbij bent) nemen afscheid. Joost Boks volgt Lau op met de  taak zijn doel schoon te houden. Theo Terlingen, die als linksback al jaren de  reputatie heeft met en zonder stick onpasseerbaar te zijn en wiens subtiele  voetenwerk menig scheidsrechter voor onoplosbare raadsels stelt -stopt ie de  bal nou wel of niet met zijn voet-, komt transfervrij over van Be Fair. En Hans  Broers, verreweg de meest verzorgde en best geklede speler boven de Alpen, verruilt de reservebank voor een vaste stek als rechtshalf. Daar loopt hij het  minste risico de vouwen uit zijn broek te moeten hockeyen.

De  competitie 1962-1963 wordt echter als gevolg van de bijzonder langdurige en  strenge winter niet uitgespeeld. Voor de winterstop staan we wel en opnieuw  ongeslagen bovenaan.

De  hockeybond besluit in maart echter tot schorsing en later tot volledige annulering  van het gehele programma. De kans de eerder behaalde titel te prolongeren is  daarmee zo niet ondergesneeuwd in ieder geval bevroren.

 

In  het hele land wordt er daarom intens meegeleefd met en genoten van de  ontberingen van Reinier Paping en zijn maten die onder helse omstandigheden  kans zien de meer dan barre Elfstedentocht tot een goed einde te brengen. Paping  finisht na bijna 11.00 uur afzien.

Naast  het bekende kruisje bestaat zijn overwinningspremie uit twee seizoenkaarten  voor de ijsclub in zijn woonplaats Deventer en een zilveren sigarettendoos met  inscriptie. Wat een uitbundig cadeau!

Het  doet denken aan de fiets die het gemeentebestuur van Amsterdam in 1948 aan  Fanny BK aanbiedt na haar vier gouden medailles in Londen. We zijn en blijven  een kneuterig landje dat slecht weet om te gaan met bijzondere prestaties.

Voor  de volledigheid: slechts 50 van de 550 gestarte wedstrijdrijders halen de  eindstreep in Leeuwarden.  De meesten  meer dood dan levend. Over topsport gesproken!

Vanwege de "vorstelijke” omstandigheden beleeft ook het oorspronkelijk uit Finland  komende bandy voor het eerst sinds jaren een revival. De enige twee hockeyclubs met het woord bandy in hun naam -de AH&BC en de BH&BC- voeren daarom eerst  op het natuurijs van de AIJC en een week later in Breda strijd om het  kampioenschap van Nederland. Welke spelregels daarbij gelden is ook vandaag nog  een goed bewaard geheim.

Gehuld  in van vaders en grootvaders geleende lange onderbroeken die al dan niet zijn voorzien  van een "uitlaatklep”, ijsmutsen en -truien en spelend met daartoe speciaal uit  Finland ingevlogen bandysticks en -ballen worden halsbrekende toeren uitgehaald  om op eigen en geleende ijshockey- en andere schaatsen overeind te blijven.

Eindigt  de eerste wedstrijd in een gelijkspel, in de return blijkt Breda de sterkste.

De  titel gaat dus naar het zuiden. Het is die avond daarom carnaval in Breda. Of  deze korte, maar heftige bandy-opleving ooit een vervolg heeft gekregen kan ik  nergens terugvinden.

 

Gelukkig  kan, ondanks de belabberde kwaliteit van de velden de strijd om de HTCC-beker  wel worden uitgespeeld. In de finale wordt het Vughtse MOP met 2-1 geklopt.

Hoewel  bescheiden en van een andere orde valt er dat jaar dus toch nog een troostprijs  te verdienen.

 

1963-1964

Als  gevolg van het pré-Olympisch tournooi in Lyon waar o.m. zes spelers van het  elftal in de nationale ploeg optreden gaat de het jaar daarvoor afgebroken  competitie pas in oktober van start. Ferm op de hielen gezeten door (opnieuw) SCHC  moet duidelijk worden of we in staat zijn onze nog steeds ronkende ambities  waar te maken.

Nadat  begin november Kampong met 8-0 is verslagen -de 50e wedstrijd waarin  de ploeg ongeslagen blijft- en Stichtse op cruciale momenten punten laat liggen  wordt kwalificatie voor de kampioenscompetitie opnieuw gerealiseerd.

Ditmaal  met het noordelijke HMC, Breda en PW uit Enschede.

Met  Peter Broers als opvolger van Jan Minnema en Dick Arkauer op de plek van Joris  Jansen Schoonhoven blijkt hoe sterk het elftal op dat moment is. Met heel veel  goals voor en maar een paar tegen walst het team met vaak fraai hockey over de  concurrentie heen.

Ter  illustratie: de voorhoede Coster van Voorhout - Spits - Spits - Voigt - Arkauer  is in dat jaar in competitie-, beker- en kampioenswedstrijden goed voor zo’n  120 goals.

U  merkt het: soms is het moeilijk, ook al zijn we geen voetballers, bescheiden te  blijven.

Voorzitter  Phlip Heukensfeldt Jansen is dus tevreden over en trots op zijn hockeyers die  in mei opnieuw kampioen van Nederland worden. Hij wil dan ook best met ze op de foto.

 

1964-1965

Na  de Olympische Spelen in Tokyo, waar Amsterdam met zes spelers in het Nederlands XI is vertegenwoordigd kan de competitie ‘64-‘65 eind oktober van start. Het  team is t.o.v. het jaar daarvoor ongewijzigd, blijft heel goed spelen en pakt  opnieuw en met grote overmacht de westelijke titel.

Ik  bespaar u de details, de feiten spreken voor zich: slechts een gelijkspel in 18  wedstrijden, opnieuw heel veel doelpunten voor en slechts enkele tegen.  Conclusie: meer van hetzelfde.

Volgt  ter afsluiting de kampioenscompetitie met HTCC, HMC en Hattem die leidt tot de  derde nationale titel. Maar ditmaal niet zonder slag of stoot.

Aan  de sinds maart 1961 lopende serie van inmiddels 80 ongeslagen wedstrijden komt -wat een opluchting voor de hockeywereld maar ook en vooral voor onszelf- na  ruim vier jaar een einde. HTCC is in Eindhoven met 2-1 de terechte winnaar van  een in meerdere opzichten heel stevige en memorabele wedstrijd. Philipsbaas  Frans Otten had ons vooraf gewaarschuwd.

 

En  omdat het Amsterdamse DWS, in het jaar daarvoor uit de 1e divisie  naar de eredivisie gepromoveerd, maar meteen kampioen van Nederland wordt bij  de voetballers -u weet wel: die club van o.m. Flinkevleugel, Jongbloed en  Rensenbrink- besluit de gemeente Amsterdam als gastheer op te treden van een  gecombineerd kampioenspartijtje in de Apollohal.

De  DWS-aanhang blijkt (hoe kan het anders) ook buiten het Olympisch Stadion veel   luidruchtiger dan de vrolijke bierdrinkers van de hockeyclub. En ook in het  liederenrepertoire en het daarvoor noodzakelijke volume leggen we het eenvoudig  af tegen de voetballers.

Verschil  moet er zijn. Dat het een mooie avond is wilt u wel aannemen!

 

U vraagt zich wellicht af of er dan nooit iets hapert in een ploeg die op dat  moment met speels en zichtbaar gemak het ene succes aan het andere rijgt. Het  antwoord daarop is even simpel als voorspelbaar: natuurlijk bestaan er ook in  een elftal dat gewend is geraakt aan successen spanningen. Niets menselijks is  ook of misschien wel juist een club goeie sportmensen vreemd. Zeker wanneer zij  in teamverband optreden. U herinnert zich vast nog wel de minicrisis bij Bloemendaal  dit voorjaar vlak voor de play offs. Of anders wel de "open en hartelijke  sfeer” tussen de voetballers tijdens en na het recente EK.

Dus  wanneer er in die periode irritaties en afwijkend gedrag de kop opsteken, ego’s  dreigen te worden opgeblazen en zelfbeelden te worden vervormd is er in eerste  instantie altijd "stamoudste” Cees Lips die als ervaringsdeskundige in het VWO -want  conrector van een gymnasium- met een vleugje ironie dan wel met een stevige  dosis sarcasme "de orde in de groep weet te bewaren of te herstellen”. En wanneer ook dat niet helpt brengt een  avondje "elkaar eens stevig de oren wassen” uitkomst. Op het hockeyveld komen  we daar niet aan toe. We beleven het allemaal. En ja, het is goed gekomen.

 

1965-1966

De  pikorde in de competitie ‘65-‘66 geeft aanvankelijk een heel ander beeld te  zien. We  hebben als gevolg van de tijdelijke  afwezigheid en het afscheid van enkele spelers grote moeite met onszelf en  komen pas na de winterstop goed op stoom. Uiteindelijk leidt dat opnieuw tot de  eerste plek, het verschil met nummer twee bedraagt aan het einde van de rit  echter niet meer dan een punt. De glans is er wel een beetje af en de wil om "die  Amsterdammers te pakken” neemt in het land iedere week toe. En zo hoort het natuurlijk  ook.

Vanwege  tijdsgebrek als gevolg van o.m. het geplande interlandprogramma wordt de finale   om het landskampioenschap jammer genoeg geconcentreerd  in het Pinksterweekend.

Op  de velden van Apeldoorn maken Breda, Hattem, HMC en Amsterdam in een tweedaags tournooi uit welke ploeg zich de sterkste mag noemen.

 

Met een tikkie geluk maar vooral dankzij halsbrekende toeren van Joost Boks in de  goal wordt de beslissende wedstrijd tegen Breda met 2-1 gewonnen. Het kost dit  keer echt veel moeite, we zitten er na drie zware wedstrijden in twee dagen zichtbaar  doorheen. Maar de vierde titel in successie is wel een feit. Met de spelers kan  Bert Smit Sibinga, in dat jaar aangetreden als voorzitter van de club opgelucht  ademhalen. Het is beslist niet de eerste keer dat het biertje hem goed smaakt.

 

Tot  slot

De  periode 1961-1966  is voor de hockeyclub bijzonder  succesvol. Het mag zonder ook maar enige neiging tot Bokito-gedrag worden  vastgesteld.

De  feiten spreken voor zich, de media uit die tijd bevestigen het: vier  landstitels -en als een barre winter geen roet in het eten had gegooid wellicht  zelfs vijf- op rij. En in vier jaar zo’n 80 officiële wedstrijden ongeslagen  blijven is, wat je er ook van vindt, in ieder geval niet alledaags.

Sponsoring,  blauw kunstgras met roze uitlooprand en een gele bal i.v.m. meer contrast op het TV-scherm, medaille- en kampioenspremies, shirt reclame, contracten met modale en hoge  salarissen. We hebben er op dat moment natuurlijk nog geen idee van hoe  belangrijk dat decennia later gaat worden. Maar het plezier in het spelletje is  er zeker niet minder om.

En  we betalen gewoon contributie.

Dat  Amsterdam er ook in de jaren daarna meerdere malen in slaagt toen behaalde  resultaten te continueren -inmiddels is sinds mei de 21e titel een  feit- betekent dat de club (hoe lastig wellicht soms ook) een scherpe neus  heeft naast eigen kweek goeie spelers aan te trekken.

Zo  kan en wil je wel 120 worden.

 

Diverse  geweldige ontwikkelingen volgen elkaar daarna met regelmaat op.

Gras  wordt kunstgras, clubs kunnen als gevolg daarvan groter en heel groot worden. Als  ik goed ben geïnformeerd hebben de drie bosclubs vandaag samen ca. 7.500 leden.

De  spelregels o.m. ten aanzien van afhouden, buitenspel en lange corner worden  over het algemeen in de gewenste richting aangepast.

De  introductie van de hoofdklasse -vandaag overigens met nog maar twee ploegen van  buiten de randstad- zorgt voor een concentratie van kwaliteit in het altijd al  sterke tophockey.

De  strafcorner was toen en is nu nog steeds een bepalende factor. Misschien wel te  bepalend omdat het "versieren” ervan ook vandaag soms kinderlijk eenvoudig  blijkt. Londen 2012 toont het opnieuw en overduidelijk aan. Tegelijk is de huidige  sanctie: een snoeiharde sleeppush voor uitlopende verdedigers niet minder dan een  verkapte poging tot zelfmoord. "Masker op, ogen dicht, bidden en sprinten” is dus  het devies. Je moet toch iets voor je team over hebben. Dit wapen heet niet  voor niets "suïcide-corner”.

De "shoot out” als opvolger van de strafbal is zonder meer een spectaculaire aanwinst, een beetje keeper weet van het duel met zijn aanvallende tegenstander iets heel  spannends te maken. En de tijd -acht seconden- is daarbij zijn grootste makker.

Tegelijk doet de verzakelijking en professionalisering met alle plussen en minnen van dien ook in de hockeywereld zijn intrede.

Veel  hoofdklassespelers spelen anno 2012 op basis van een contract. De toekomst zal  leren of en hoe de clubs daar de middelen lees: sponsors voor kunnen blijven  vinden.

En over een paar jaar is er vast een hoofdklasse op Europese schaal.

Maar  dan wat mij betreft wel zonder tijdelijk ingevlogen "buitenlandse huurlingen” (dit  jaar zelfs 45 waaronder 20 uit Nieuw Zeeland en Australië) die voor een beslist  ongewenste vorm van competitievervalsing zorgen en met hun aanwezigheid de  kansen van eigen aanstormend talent in de weg staan. Om wanneer er een  belangrijk internationaal toernooi (EK, WK, OS) in aantocht is weer even  tijdelijk naar het eigen land terug te keren.

 

Het  huidige bestuur van de club verdient tenslotte een compliment. Wanneer vorig  jaar blijkt dat zelfs de bestuurlijke kennis van het verleden hier en daar nog  wat kan worden opgefrist neemt de voorzitter direct adequate maatregelen. Hij haalt  de vele jaren daarvoor op de hockeyzolder belande en inmiddels wat verstofte kist  met daarin o.m. de succesvolle historie van de club tevoorschijn. Er blijkt  veel interessant materiaal in te zitten, waaronder ook een aantal  foto’s uit de jaren ‘60.  Ze zouden in het clubhuis zeker niet hebben  misstaan.

Ook  nodigt hij ons als spelers van destijds in oktober uit om hem bij te praten. Uit  alle hoeken en gaten (w.o. Midden Amerika, Canada en Friesland) komen we  daarvoor naar het clubhuis.

Van  de gegevens uit die kist heb ik ook voor dit praatje gebruik kunnen maken.

Het  voorkomt tegelijk dat ik als gevolg van een mogelijk acute aanval van "Alzheimer light” feiten  niet meer van  fictie kan onderscheiden.  

 

Wat mijzelf betreft, ik  kijk -hoe kan het anders- met veel plezier terug op mooie hockeyjaren. De periode 1961-1966 is natuurlijk   bijzonder. Mag ik het zo samenvatten: we hebben er als spelers niets mee   verdiend maar wel veel aan overgehouden.

Natuurlijk   richt de aandacht van de club en dus ook die van mij zich -na dit uitstapje- volledig   op de toekomst. Op basis van het recente verleden is er vooralsnog alle reden  te veronderstellen dat die er veelbelovend uitziet.

Het  huidige   topteam moet zonder meer in staat zijn, gelet op wat het elftal de   laatste jaren heeft laten zien, de komende tijd het linker rijtje te blijven   aanvoeren.

Nationale   titels in 2011 en 2012 en een bijna geslaagde greep naar de macht in Europa zijn   prima uitgangspunten om de prestaties, ook die uit de jaren ‘60 te evenaren en (waarom niet) te verbeteren. En wat zou het mooi zijn wanneer ook de dames niet   alleen blijven meedoen om de prijzen maar na jaren ook eens een eind kunnen   maken aan de inmiddels veel te lang durende zuidelijke hegemonie. Maar daar   moeten zij zelf maar eens iets over vertellen.

Op   basis van de combinatie van fraaie historie en aantrekkelijke vooruitzichten rest er dus slechts een conclusie: geef mij maar Amsterdam! 

 

 

Chris   Mijnarends - najaar 2012                                                                                                                                       

[email protected]

 
Calendarium Dames 
INTERNATIONALS AH&BC DAMES

1925 t/m sept 2016.








Naam Jaar Interlands Goals Olym.Spelen
Aardenburg, Willemien 1988 5 - 1988
Abendanon, Maryse 1986 16 4
Bax, Anneke 1974 98 1
Benninga, Carina Captaine 1983 158 25 84/'88/'92
Benninga-Wolff, Ingrid 1998 114 40 1988/1992
Bianchi-Gouka, Marjolein 1974 29 3
Blankers, Monique 2003 6 -
Blom-Diemer Kool, Marcelien 1947 4 -
Bolhuys-Eysvogel, Marjolein Captaine 1978 127 57 1984/1988
Boogaard, Dillianne van den 1994 176 69 1996/2000
Breedveld, Ingrid 1980 1 -
Brenninkmeijer-van Kollenburg, Nel 1974 40 28
Bruijn, Chantal de 2001 119 10 2004
Collot d'Escury, Kiki 2013 12 1
Deiters, Julie 1997 116 14 2000
Diemer Kool, Noor 1953 11 2
Duyster, Willemijn 1989 84 - 1996
Eilers-Hartman, Adri 1926 15 -
Engels, Floortje (keepster) 2005 8 -
Fortuin, Wendy 1978 26 -
Franken-Bax, Toos 1972 103 51
Geenhuizen, Miek van 2000 145 25 2004/2008
Gent, Liesbeth van 1966 3 -
Goede, Eva de 2014 144 20
2008/2012
Groot, Kirsten de 2001 25 5
Haeringen, Carien van (keepster) 1991 4 -
Halm-van Nierop, Nan van 1952 18 13
Havenga-Hillen, Elsemieke 1977 107 2 1984
Haverkamp-Denninghof Stelling, Frieda 1924 3 -
Holman, Fieke 2010 10
Holsteyn-Heijnis, Conny 1972 12 6
Hoog, Ellen 2014 204
55
2008/2012
Houtappel-Kuynders, Lizzy Captaine 1935 2 -
Jonckheer-den Tex, Inge 1952 17 -
Jonckheer-Hissink, Paulien 1963 4 -
Jonge, Elly de 1966 1 -
Jonker, Kelly 2014 87
27
Kaptein, Annelies 1980 45 5
Karres, Sylvia 2003 89 39 2004
Koster-Burgersdijk, Dineke de 1950 20 -
Kruize, Els 1955 4 -
Kruize, Sieke 1956 4 -
Kuile-Nypels, Lily ter 1948 10 -
Leeuw, Marjolein de 1986 42 3
Lejeune-van der Ben, Helen 1986 126 62 1988/1992
Lemmens, Riet 1966 3 -
Lulofs-van den Berg, Anneke 1931 3 4
Male, Kitty van 2010 30
Manen, Aletta van 1983 87 - 1984/1988
Nieuwenhuyze-Leenders, Caroline van 1987 76 2 1992
Peters-van der Saag, Edith 1966 1 -
Polkamp, Sophie 2005 127 2008/2012
Poole, Sandra le 1977 103 33 1984
Ramaer, Wieb (keepster) 1978 4 -
Scheepstra, Maartje 2001 98 10 2004
Schimmel-van der Stel, Mary 1950 1 -
Schoen, Arda 1953 2 -
Schoenaker, Jacky 2014 44
Sevens, Lisette Captaine 1974 125 6 1984
Sibbing, Terry 1987 53 3
Sinnige, Clarinda (keepster) 1997 142 - 2000/2004
Smithuysen, Hedje Captaine 1946 22 5
Snoeks, Jiske 2003 97 39 2004
Terwindt, Truid 1934 9 6
Thate, Carole Captaine 1989 168 40 92/'96/2000
Tuin, Alexandra van der 1995 2 -
Vaart, Macha van der 1998 152 16 2000/2004
Veenhoven, Marieke 2010 40
Veenstra, Myrna 1997 79 1 2000
Vega, Charlotte 2014 7 2
Verschoor, Maria 2014 31

4
Voorwalt-Cassa, Annie 1931 2 2
Wolf, Kiki de 1972 4 1
Wouters, Mieketine 1990 65 22 1992
Zegers, Liesbeth 1972 1 -
Zegers, Margriet 1982 55 - 1984
Veenendaal, Anne
2015 2
2006-07 Cecilia Rognoni (Argentinië) 156 caps en 67 doelpunten.



 
Calendarium Heren 
INTERNATIONALS AH&BC  HEREN    
1892 t/m 14.12.2015



         
Naam  Jaar Interlands Doelpunten Olym. Spelen
       
Asbeck, Ewout van 1981 108 11 1984
Asbeck, Peter van 1982 18 2 1984
Bakker, Billy 2014 113 46 2012, 2016
Berg, Ernst van den 1933 26 29 1936
Berg, Wouter van den 1973 22 1  
Berghuis, Tjaard 1938 1 -  
Boerma, Jan 1973 17 7  
Boks, Joost    (keeper) 1960 50 1 1964/1968
Bomans, Balder 2005 4 -  
Bouwman, Roderick 1978 107 82 1984
Bree, Danny 1997 41 -  
Brinkman, Jacques 1987 316 71 88/'92/'96/'00
Broms, E.  1907 1 -  
Buissant, Jan Willem 2014 15 1  
Buma, Jaap Derk  1994 130 18 2000
Bussy, C.L. de (keeper) 1905 3 -  
Buul, Cees vanl 1973 3 -  
Coster v Voorhout, Charles 1959 7 2 1964
Derikx, Geert Jan 2010 214 7 2004/2008
Drenth, Walter 1994 48 3  
Duson, Emiel 1925 13 -  
Ede, Bastiaan van 1990 33 3  
Ede, Pieter van 1992 19 -  
Eikelboom, Marten 1994 176 55 2000/2004
Eilers, Henk   1 -  
Erven Dorens, Willem v 1929 2 - 1960
Esseveldt, Paul-Frederik v 1998 30 1  
Evers, Floris 2010 198 9 2004/2012
Faber, Patrick 1987 27 5 1988
Haar, Ben ter 1933 13 -  
Hardebeck, Carel (keeper) 1923 23 -  
Hartog, Arno den 1980 109 17  
Have, Jor van den 1983 47 -  
Hek, Rogier van ‘t 1997 20 -  
Hermans, Pierre (keeper) 1972 86 -  
Heybroek, Inge 1933 9 4 1936
Hillen, Bob Jan 1971 11 1  
Hiltermann, Rud 1907 1 -  
Holkema, Tjomme van 1906 2 -  
Holsteyn, Paul 1973 3 -  
Honert, Taco van den  1987 215 118 88//'92/'96
Horst, Peter van der 1970 1    
Hotte, M. 1906 1 -  
Hout, Gregory van 1994 22    
Hoyng, Timme 2000 85 6 2008
Huber, Roderick 2006 7 1  
Jannick, Gerrit 1926 22 6 1928
Jesse, Egon     (keeper) 1986 2 -  
Jiskoot, Friso 2001 11 -  
Jorritsma, Hans 1972 65 1 1976
Kalff, Donald 1974 2 -  
Koelensmid, Freddie  (keeper) 1939 6 -  
Kranenberg, Coen 1966 97 2 1972/1976
Looije, Bart    (keeper) 1992 43 - 1002
Mahieu, Jesse 2002 50 - 2004
Meer, Tycho van 1994 90 1  
Mijnarends, Chris 1959 21 3  
Mulder, Lau   (keeper) 1952 44 - 1952
Nieuwe Weme, Bas 1994 28 1  
Overing, Tip - 3 -  
Pierik, Ton 1980 23 -  
Pruyser, Mirco 2014 11
 2  2016
Ras, Henks 1925 8 -  
Rohof, Teun 2010 24 -  
Roodenburgh, Piet 1938 8 2  
Slotema, Remco 1998 2 -  
Smits, Bram      (keeper) 1947 4 -  
Spits, Frans 1964 121 20 1968/1972
Spits, Nico   Captain 1963 86 27 1964/1972
Taekema, Taeke 2010 219   2004/2008
Terlingen, Theo 1960 86 6 60/'64/'68
Timman, Kristiaan 2002 4 -  
Umter, Paul 1972 5 -  
Veen, Robert van der 1925 13 10  
Veering, Klaas  (keeper) 2003 36 - 2004
Verga, Valentin 2014 106 18  2012, 2016
Vermeulen, Klaas 2014 99 3  
Vogelzang, Remco 1979 4 1  
Voigt, Jaap 1962 41 23  
Waal, Rein de   (Captain) 1923 60 1 1928/1936
Wagener, Cas 1906 3 -  
Wagener, Hans    (Captain) 1950 42 - 1960
Wagener, Joop  (Captain) 1905 3 -  
Wal, Rogier van der 1995 13 1  
Weide, Sander van der  1996 210 8 2000/'04/'08
Westbroek, Rochus 1992 13 3  
Wickevoort Crommelin, H.W. van 1907 2 -  
Windt, Peter 1997 68 - 2000










SCHEIDSRECHTERS  die INTERNATIONAAL hebben gefloten:






1972 - 1984 Ronald Wouters
62

1988 A.J. van Kempen
2

 
Dokter Joep wordt Ridder Joep 

(Clubarchief 1 november 2002)

Joep Brenninkmeijer is vanavond in Amstelveen benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Brenninkmeijer (60) kreeg de bijbehorende versierselen opgespeld door burgemeester Harry Kamphuis, tijdens een feestelijke bijeenkomst in het clubhuis van hockeyclub Amsterdam.  

Een passende omgeving, want de koninklijke onderscheiding komt Brenninkmeijer grotendeels toe door zijn jarenlange, onbezoldigde inzet op vele hockeyfronten bij deze oudste club van Nederland. De Amstelveense huisarts begon in de jaren zeventig als medisch begeleider bij het eerste dameselftal, om in 1982 als coach op de bank plaats te nemen. Drie landskampioenschappen en evenzoveel Europacups I later, nam Brenninkmeijer in 1990 afscheid van de vrouwen. 

Stilzitten was er niet bij. Een jaar later pakte hij dezelfde functie op bij de heren van Amsterdam, die hij in 1994 naar de eerste nationale titel in negentien jaar leidde. Het succes werd het seizoen erop herhaald. Brenninkmeijer leek in 1996 definitief een punt achter het coachschap te zetten, toen hij bestuurslid Tophockey werd. Problemen met zijn opvolgers, deden Brenninkmeijer echter tot twee keer toe kortstondig terugkeren. Zo kon het gebeuren dat hij in 1999 nog een Europacup II aan zijn toch al indrukwekkende erelijst toevoegde.

Het zijn zeker niet alleen de prestaties als hockeycoach waardoor Brenninkmeijer koninklijk is onderscheiden. 'Dokter Joep' staat ook al bijna dertig jaar dag en nacht klaar om fysiek ongemak van om het even welk Amsterdam-lid te behandelen. Een ritje naar zijn praktijk aan de Keizer Karelweg is voor geen hockeyer ooit tevergeefs geweest.

Naast alle bezigheden voor hockeyclub Amsterdam, was Brenninkmeijer voorzitter van de medische commissie van de Koninklijke Nederlandse Hockeybond, bestuurslid van het plaatselijke artsenlaboratorium en lid van de commissie Ziekenhuis Amstelveen. Het ridderschap is voor Brenninkmeijer overigens niet de eerste onderscheiding; naast lid van verdienste én erelid van Amsterdam, is hij ook lid van verdienste van de KNHB. Het is wel de kroon op zijn 'werk'.

 
Engelen van Amsterdam 

(Clubarchief 2002)

Op 23 oktober 2002 werd het nieuwe clubhuis van de AH&BC bezocht door de 'Engelen van Amsterdam'. 'Wie zijn dat?' zult U denken. Tot de engelen van Amsterdam - een geuzennaam bedacht door de toenmalige societeitsvoorzitter - behoort een groep vrouwen , die op vrijwillige basis de ongeveer 20 laatste jaren van de vorige eeuw het 'huishouden' van de AH&BC runde.

Die engelen telden en bestelden de voorraden, van vaten bier tot afwasmiddel, van croquetten tot roerstaafjes. Zij organiseerden de bardiensten voor de woensdagmiddag en de zaterdag met ouders van de jeugd en de bardiensten op zondag met elftallen. Zij waren verantwoordelijk voor de verzorging van toernooien, feesten en ontvangsten en poetsten de zilveren bekers uit de prijzenkast.

Er waren engelen, die decennialang de sleutelbos van het clubhuis beheerden en een engel, die iedere zondagochtend helemaal uit Zandvoort kwam om het clubhuis te openen; als dat geen ware clubliefde is!! Een engel deed alle financiele zaken en een engel zorgde voor planten en bloemen en extra fleur bij feestelijkheden. Natuurlijk was er een engel met de benodigde horecapapieren.

Op maandagochtend kwamen de engelen in wisselende samenstelling op het clubhuis bijeen. Dan werd de schade van het weekend opgenomen, de gevonden voorwerpen bij elkaar gesprokkeld. Het frituurvet werd vernieuwd, de w.c.'s van toiletpapier voorzien, de glazen aangevuld, theedoeken en schorten (rood/zwart) verzameld voor de was, die thuis gedaan werd. Het programma voor de komende week werd besproken en de bestellingen doorgebeld. Kortom, er werd een huishouding gedaan voor een hockeyclub, die in die jaren groeide van 600 naar ver over de 1000 leden.

De engelen waren voornamelijk moeders van jeugdleden, maar ook echtgenoten van bestuurders en oudleden. Hadden sommigen ook een maatschappelijke werkkring, door anderen werd het werk voor de hockeyclub als een volle baan ervaren. Het was hard werken en aan de verantwoordelijkheden werd vaak zwaar getild. Maar wat een plezier hebben al die engelen met elkaar gehad en wat hebben zij veel van elkaars levenservaring en instelling geleerd!
In die jaren kon er niet veel, er waren geen middelen voor vernieuwing. Als er dan eens een nieuwe koffiemachine mocht worden aangeschaft, of stoelen voor de grote zaal, dan was dat echt een gebeurtenis.

Het zal U niet verbazen, dat de engelen op een rondleiding door het vernieuwde clubhuis diep onder de indruk raakten van de metamorphose, die hun dierbaar gebouw heeft ondergaan. Wat een ruimte, wat een mogelijkheden, wat een kwaliteit, efficiency en wat een luxe! Vooral de keuken werd met extra aandacht bekeken.

Bij een verzorgd broodje en een glaasje wijn werd in de nieuwe zaal door de engelen bijgepraat en er werd een moment stilgestaan bij het overlijden in augustus jl. van Len Teengs Gerritsen, een engel van het eerste uur. Wanneer Len op de maandagmorgen dienst had liep de gebruikelijke lunch na de werkzaamheden (er was altijd nog wel een oud broodje van het weekend over) behoorlijk uit. Er waren dan altijd zoveel interessante zaken te bespreken. Veel engelen bewaren de beste herinneringen aan deze karaktervolle, originele vrouw.

De tijden zijn veranderd, vakmensen deden hun intrede, de 'engelen van Amsterdam' zijn gevlogen. Maar hun naam zal voortleven op een door hen aangeboden steen in de 'wall of names' in het riante, vernieuwde clubhuis van de AH&BC!

M.D.P.-C., november 2002

 
Europa Cups 
EUROPACUP I HEREN
Coach/Elftalleider
2005 Alejandro Verga

EUROPACUP II HEREN
Coach/Elftalleider
1999 Joep Brenninkmeijer
2003 Jim Irvine
2007 Alejandro Verga

EUROPACUP I DAMES
Coach/Elftalleider
1975 Bob Hillen
1976 Bob Hillen
1977 Bob Hillen
1978 Bob Hillen
1979 Nico Spits
1980 Nico Spits
1981 Hergen Spits
1982 Joost Bellaart
1988 Joep Brenninkmeijer
1989 Joep Brenninkmeijer
1990 Joep Brenninkmeijer
1992 Donald Drost

EUROPACUP II DAMES
Coach/Elftalleider
1998 Carina Benninga
1999 Carina Benninga
2001 Koen Pijpers
2005 Giles Bonnet
2006 Giles Bonnet/Philippe Estourgie
2009 Robbert Paul Aalbregt/Patrick Bakker

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
Geschiedenis 

De AH&BC is de oudste hockeyclub van ons land. Zij is altijd toonaangevend geweest in het Nederlandse tophockey. De alleroudste geschiedenis is nauwkeurig bewaard gebleven.
We citeren: "Op aandringen van den Heer Mulier, den pionier van de voetbalsport, bezocht een Engels Bandy-team ons land in den winter van 1890-91. Het spel viel zeer in den smaak en in het jaar 1891 werd door de Heeren C.A.A. Dudok de Wit Jr en Ant. J.Abspoel het plan opgevat om in navolging der Engelsen die hier het Hockeyspel op het ijs introduceerden, dit spel ook hier ingang te doen vinden. Reeds werden eenige sportliefhebbers hiervoor opgewarmd, maar de plotseling ingevallen dooi echter, maakte toen aan dat plan een einde. Bijna een jaar later kwamen dezelfde heeren op hun plannen terug en werden een 25-tal sportliefhebbers uitgenodigd een vergadering bij te wonen, welke gehouden werd op 28 Januari 1892 in het American Hotel. Op deze vergadering, dus op 28 Januari 1892, werd de Amsterdamsche Hockey en Bandy Club opgericht. In hoofdzaak werd er gesproken over de mogelijkheid om het spel op het land te spelen. Op zondag 7 Februari had de eerste bijeenkomst plaats achter het Rijksmuseum. Een 12-tal leden was opgekomen en tot aller genoegen werd geconstateerd dat hockeyspel ook op het land een hoogst aangenaam en ambitieus spel was."

In 1898 wordt op mede initiatief van de AH&BC de Nederlandsche Hockey en Bandy Bond opgericht, de latere KNHB. In 1910 werden voor het eerst Damesleden aangenomen "op conditie dat de dames alleen Dinsdag en Donderdag-middag en Zondag's tot 12 uur spelgelegenheid kregen". Door de steeds verder oprukkende stadsuitbreiding vonden er liefst 10 verhuizingen plaats totdat uiteindelijk in 1914 een vast onderkomen werd gevonden naast het oude stadion, dat later verbouwd werd tot het Olympisch Stadion voor de Spelen van 1928. Het kan geen toeval zijn, dat in die jaren 20 met de Olympische Spelen in zicht door de club besloten werd te kiezen voor hockey op topniveau. Dit leidde terstond tot een reeks landskampioenschappen.

In 1939 werd met diezelfde gedachte een eigen hockeystadion gebouwd, genoemd naar de oprichter ervan: onze ere-voorzitter Joop Wagener jr. In 1980 wordt het stadion van kunstgras voorzien. In 1986 worden 2 zand kunstgrasvelden aangelegd en in 2000 is het gehele complex gerenoveerd: de AH&BC maakt gebruik van het stadion, dat in 1980 overging naar de KNHB en heeft zelf 2 water kunstgrasvelden en 2 zand ingestrooide kunstgrasvelden. In 1973 werd het huidige clubhuis in gebruik genomen en in 2001 werd het clubhuis grondig verbouwd en uitgebreid. Vanaf begin 2002 beschikt de club over een geheel vernieuwde accommodatie waarmee het project "Amsterdam 2000" - opgericht om de club deze eeuw in te leiden - met veel succes kon worden beëindigd.

Terug in de tijd: in 1898 werd voor het eerst om het kampioenschap van Nederland bij de heren gespeeld. Sindsdien heeft Amsterdam 20 keer dit kampioenschap behaald, een niet geëvenaarde prestatie. Drie keer veroverden zij een Europacup: in 1999 en 2003 de Europacup 2 en in 2005 voor 't eerst sinds de oprichting van de club de Europacup voor landskampioenen. De club speelde vrijwel onafgebroken in de hoogste competitieklasse. Amsterdam heeft de meeste spelers voor het Nederlands elftal geleverd: liefst 77 leden werden hiervoor gekozen. Illustere namen zijn Rein de Waal in de 20er en 30er jaren captain en coach van club en nationaal team, keeper Lau Mulder in de jaren 50, de broers Nico (captain) en Frans Spits in 60 en 70; de meest technische speler ooit Taco van den Honert in het recente verleden, waartoe ook Marten Eikelboom behoort. 

Onze heren werden met coach Jim Irvine in 2003 en 2004 landskampioen, en in 2011 werd het 20e landskampioenschap binnengehaald o.l.v. coach Taco van den Honert. In 2012 prolongeerden de heren de titel landskampioen, met Taco als coach.
In 2012 werd het zaalteam van Amsterdam Heren 1 landskampioen.

De landskampioenschappen dames begonnen in 1921. Onze dames veroverden dit kampioenschap 18 keer en ook deze prestatie is niet geëvenaard. Daarnaast wonnen zij 12 keer de Europacup 1 en 6 keer de Europacup 2. De dames maakten bijna voortdurend deel uit van de hoogste klasse. Evenals de heren leverden zij de meeste speelsters voor het nationale team: 63. Bekende namen zijn Hedje Smitshuysen van 1936 tot 1950, Lisette Sevens, Marjolein Bolhuis-Eysvogel, Carina Benninga, Carole Thate in de jaren 70, 80 en 90. Vanaf 2000 zijn bekende namen Sylvia Karres, Miek van Geenhuizen, Floortje Engels, Marieke Veenhoven-Mattheussens, Ellen Hoog en Sophie Polkamp. 

Van de begeleiders die de club naar deze successen hebben geleid noemen we de coaches Rein de Waal, Huib Timmermans, Bob Hillen, Hans Jorritsma en Joep Brenninkmeijer, die met zowel de dames (3 keer) als de heren (2 keer) de landstitel behaalde. Na 11 jaar werd Dames 1 in 2009 landskampioen o.l.v. Robbert Paul Aalbregt en Patrick Bakker. In 2013 heroverden de dames de titel met coach Alyson Annan en assistent-coach Gilles van Hesteren.

Wat de toekomst betreft blijft de visie van de club nog steeds dezelfde als die van onze voorgangers in de jaren 20: de AH&BC houdt de keuze voor tophockey gestand in het besef dat hiervoor steeds verder gaande professionalisering nodig is. Zij is van mening dat dit mogelijk is zonder afbreuk te doen aan de ware hockeytraditie waar zij met haar 124 jaar zeer aan gehecht is.

 
Geschiedenis: Amsterdam voor Eeuwig 
Gedurende het toernooi van de Europacup 1 2005 werden er verscheidene officiële bijeenkomsten gehouden. Tijdens een ontvangst van de KNHB in het promodorp op zaterdag ontving de club uit handen van voorzitter André Bolhuis de erepenning van de KNHB voor de vele verdiensten van de club en het binnenhalen en de organisatie van het Europacup 1-toernooi.
Namens het bestuur werd de erepenning in ontvangst genomen door onze voorzitter, Jons Hensel. Op zondag was er een ontvangst voor de Ereleden en de Leden van Verdienste in het clubhuis. Tijdens dit historisch weekend wilde het bestuur deze mensen, die jarenlang enorm veel voor de club hebben gedaan en vaak nog steeds doen, bedanken en hiermee ook aangeven dat de tradities van de club in ere worden gehouden.
 
Interview met Hemmo Pieck, sept. 2001 

Hemmo Pieck: ,,Ik heb vertrouwen in dit bestuur. Het zijn ondernemers''.
Zijn ogen dwalen af, hij wrijft met beide handen door zijn nog stevige haardos en zegt: ,,Ik heb vertrouwen in dit bestuur met Jons als voorzitter. Het zijn ondernemers. En dat heb je tegenwoordig nodig. Want anders daal je af naar de B-categorie en is het zo gebeurd. Nou dat zou voor Amsterdam een netelige situatie zijn. Dat kan de oudste hockeyclub van Nederland zichzelf niet aandoen''.

Hemmo Pieck (van 1969 tot 1974 voorzitter en erelid) volgt de laatste jaren met zeer veel belangstelling de planning en bouw van het nieuwe clubhuis. Niet zozeer dat hij zelf de troffel zou kunnen hanteren, maar wel als insider die zelf dertig jaar geleden, als toenmalig voorzitter, ervoor zorgde dat Amsterdam een voor die tijd prachtig clubhuis kreeg. De ,,bunker'', zoals de volksmond de betonnen kolos noemde, wordt nu afgebroken. In dertig jaar heeft het onderkomen zijn tijd gehad en hebben vele honderdduizenden hockeyers zich in de catacomben omgekleed of aan de bar een biertje gedronken. Met hem blikken we ondermeer terug op een periode dat het project - nieuwbouw zijn leven beheerste. Een project, dat zo'n dertig jaar geleden nimmer tot stand zou zijn gekomen als de samenwerking met de KNHB niet zo eensgezind was geweest. ,,Echt, die was van eminent belang. Anders was het ons nooit gelukt'', durft hij nu te stellen.

,, Als voorzitter van de commissie die het 75-jarig jubileum in 1967 luister moest bijzetten, kwam ik voor het eerst bestuurlijk met Amsterdam in contact. Ach daarvoor had ik zelf gespeeld. Een aantal jaren in heren1 . Het was de jaren vijftig en studie en hockey hadden de voorrang. Via die commissie en het feest dat zeer geslaagd was kwam ik als lid in het bestuur en zag en hoorde ik voor het eerst van de plannen. Als ik me goed herinner ging het aanvankelijk om een bedrag van zeven ton. Ja dat was het. Architect en lid Jan Kuyt werd in de arm genomen en het plan kreeg handen en voeten. Maar dat was niet het enige fenomeen. In goede samenspraak met de hockeybond werd gemeenschappelijk opgetrokken. Want de bond zag wel brood in een locatie waar meer dan alleen interlands konden worden gehouden. Er kwam de stichting SIHA, voluit Stichting Internationaal Hockeycentrum Amsterdam. Van de hockeybond hadden Koos Idenburg, toen voorzitter, en directeur Piet Duinker zitting in dit bestuur en zo werden het nieuwe clubhuis en het half verharde trainingsveld gerealiseerd; kreeg het stadion een mooie opknapbeurt en kwam er een sportzaal in het oude clubhuis, inderdaad dat is het gebouw waar nu de dienst Sport van de gemeente haar domicilie heeft. Uiteindelijke kosten en ik heb het vooraf opgezocht: 1,3 miljoen gulden. Bijna het dubbele. Echt ik kan je zeggen dat ik vaak slapeloze nachten heb gehad in de angst dat we het financieel niet zouden trekken. Maar acties en de boer opgaan langs oude leden in het land deed de begroting sluitend maken. Toen ik tijdens de opening een ieder bedankte voor de tomeloze inzet viel er iets van mij af en wist ik dat mijn taak was voltooid. Na vijf jaar voorzitterschap hield ik het voor gezien. Er is een tijd van komen en van gaan''.

Nog lyrisch kan Pieck praten over de opzet van architect Kuyt. ,,Daar zat echt een gedachte achter. Om elkaar, Amsterdam dus en de hockeybond, niet voor de voeten te lopen was het pand in een aantal zalen verdeeld. Ook beneden waren de kleedkamers gescheiden. Zo konden we gelijktijdig van het complex gebruik maken. In de oorspronkelijke opzet was het horecagedeelte er wel heel karig vanaf gekomen. We wilden kosten besparen. Het was uiteindelijk bierbrouwer Heineken die ons over brug hielp met een schenking van f. 50.000 gulden. Met dat bedrag hebben we twee bars en een keuken laten maken, met als consequentie dat we geruime tijd de horeca moesten verpachten. Na een aantal jaren was het contract voorbij en namen we het in eigen hand. Een waanzinnige klus met ouders en spelers. We draaiden met 30 moeders clubhuisdienst. Zelfs de meest onsmakelijke karweitjes werden aangepakt.. Er ontstond een enorme band en niet te vergeten vriendschappen. Vaak voor het leven. Ja dat was een mooie periode. En ons voordeel: de verdiensten gingen nu in de clubkas. Nee, die tijd komt nooit meer terug. We leven wel in 2001.''

Terugblikken met Hemmo Pieck op de jaren dat hij aan het roer stond is niet het enige dat hem boeit. Ook vooruit kijken hoort erbij. En reëel is hij. Geen nostalgische gevoelens borrelen bij hem op nu zijn ,,bunker'' ontmanteld wordt en er nog slechts een grauw omhulsel is overgebleven. ,,Net wat ik al zei, we leven in een andere tijd. Ons clubhuis heeft dertig jaar trouw dienst gedaan. Nu komen er aspecten als veiligheid en comfort veel meer om de hoek kijken. Denk ook aan de mediavertegenwoordigers, die moeten ook hun stekkie hebben. Vergeet niet onze hoofd- en subsponsors. En denk natuurlijk aan onze leden. Die willen na afloop van de thuiswedstrijden toch ook een hoekje hebben om bij te praten. De laatste jaren was het met de ruimte echt behelpen. Logisch dat we nu een kwart eeuw of langer vooruit kijken. Als je nu die stap niet durft te maken ben je te laat''.

Ofschoon Pieck de laatste jaren bij de thuiswedstrijden steeds minder in het "Wagener" is te vinden (,,ik vind het fantastisch wat de heren presteren, maar de hardheid van het spel is wel erg toegenomen'') zorgt hij ervoor dat hij als voorzitter van de Vriendenclub van vrijwel alle zaken op de hoogte blijft. ,,Tweemaal per jaar hebben we met de Vrienden en een delegatie van het bestuur een bijeenkomst en komen er belangwekkende zaken aan de orde. Wij, met z'n allen, de ,,notabelen van toen'', kunnen vragen stellen en worden helder geïnformeerd. Zo blijft de band bestaan en doneren we jaarlijks voor de jeugdafdeling. Alleen het punt betalingen aan spelers veroorzaakt vaak spraakverwarringen. Dat was, begrijpelijk, in onze tijd ondenkbaar. Zelf heb ik er geen probleem mee. Je ziet deze ontwikkeling in vele takken van sport. Het is onomkeerbaar. Nee hoor, die vergoedingen zie ik wel zitten en een uniforme regeling vanuit de bond hoeft voor mij niet. Wel vind ik dat de KNHB het halen van buitenlanders naar Nederland moet indammen. Dat is competitievervalsing in optima forma. Het is toch te gek dat één of andere Pakistaan, Duitser of Australiër een aantal wedstrijden corners komt nemen en dan hup weer weg is. Schande''.

Toch even dat felle. Voor het eerst in het gesprek, maar dan zichzelf corrigerend, '' ach waar maak ik me nou nog druk om.'' Wel maakt Pieck zich druk over de expansiemogelijkheden voor Amsterdam. ,, Die zie ik somber in. Sinds jaren speelt al de gedachte, trouwens de principeovereenkomst ligt er, dat de velden 7 en 8 ook van kunstgras zouden worden voorzien. Dan zou ACC naar het Loopveld in Amstelveen gaan en VRA op zijn beurt zou de accommodatie van ACC betrekken. De zaak staat stil en de tijd schrijdt voort. Tip aan het huidige bestuur: pak dat weer op. Doe je dat niet dan stagneert de groei, omdat het aantal velden niet toereikend is. Als het nieuwe pand er staat lijkt me dat prioriteit nummer één. En als Jons hulp nodig heeft kan ie me bellen''.

Wim Jesse

 
Landskampioenschappen 
Landskampioenschappen HEREN 

          Coach/Elftalleider
1925   Jhr.B.G. van Styrum
1926   G. Leembruggen
1927   G. Leembruggen
1928   G. Leembruggen
1929   G. Leembruggen
1932   Rein de Waal
1933   Rein de Waal
1934   Rein de Waal
1937   Rein de Waal
1962   Bert Smit Sibinga
1964   Chris Mijnarends
1965   Chris Mijnarends
1966   Chris Mijnarends
1975   Huib Timmermans
1994   Joep Brenninkmeijer
1995   Joep Brenninkmeijer
1997   Jacques Holtman
2003   Jim Irvine
2004   Jim Irvine
2011   Taco van den Honert
2012   Taco van den Honert
 
EUROPACUP I HEREN 

          Coach/Elftalleider
2005   Alejandro Verga

EUROPACUP II HEREN

          Coach/Elftalleider
1999   Joep Brenninkmeijer
2003   Jim Irvine
2007   Alejandro Verga

Landskampioenschappen DAMES

         Coach/Elftalleider
1937   Lizzy Houtappel-Kuynders
1938   Lizzy Houtappel-Kuynders
1949   Hedje Smithuijsen
1971   Cees Lips
1972   Job Key
1974   Thea d'Ailly
1975   Bob Hillen
1976   Bob Hillen
1979   Nico Spits
1980   Nico Spits
1981   Joost Bellaart
1983   Hergen Spits
1984   Joep Brenninkmeijer
1987   Joep Brenninkmeijer
1989   Joep Brenninkmeijer
1991   Donald Drost
1992   Donald Drost
2009   Robbert Paul Aalbregt 
2013   Alyson Annan

EUROPACUP I DAMES

           Coach/Elftalleider
1975   Bob Hillen
1976   Bob Hillen
1977   Bob Hillen
1978   Bob Hillen
1979   Nico Spits
1980   Nico Spits
1981   Hergen Spits
1982   Joost Bellaart
1988   Joep Brenninkmeijer
1989   Joep Brenninkmeijer
1990   Joep Brenninkmeijer
1992   Donald Drost
2013   Alyson Annan

EUROPACUP II DAMES

            Coach/Elftalleider
1998   Carina Benninga
1999   Carina Benninga
2001   Koen Pijpers
2005   Giles Bonnet
2006   Giles Bonnet/Philippe Estourgie
2009   Robbert Paul Aalbregt/Patrick Bakker
 
Lustrum 2002 - terugblik 

(Clubarchief 2002)

AH&BC 110 jaar 28 januari 2002

Hockeyclub Amsterdam is de oudste club van het Europese continent, opgericht op 28 januari 1892 in het Americain Hotel. Op de eerste vergadering waren 25 mensen uitgenodigd, afkomstig uit de ijs- en voetbalsport. Op de velden van voetbalvereniging R.A.P. achter het Rijksmuseum werd "bandy" gespeeld, de voorloper van hockey. In de tussen liggende periode is het zeer snel gegaan met onze vereniging. Een lustrum was daarom een goede gelegenheid om stil te staan bij het verleden en de toekomst, maar helemaal om diverse feestelijke activiteiten te ontplooien. Het doel van het lustrum was om evenementen te organiseren voor alle onderdelen van de club.

Honderd jaar Amsterdam was een fantastische gelegenheid om stevig uit te pakken. "Amsterdam voor eeuwig" hield in dat alles op alles werd gesteld om het mooiste eeuwfeest van de grond te tillen dat ooit denkbaar was. En met succes. Groot succes, dankzij fantastische commissieleden en sponsors. Voor herhaling vatbaar in 2002.

Het 110-jarig bestaan had een meer bescheiden karakter, logisch, want de prioriteit lag bij de ontwikkelingen van de accommodatie. Desalniettemin vormde het lustrum aanleiding om een en ander te vieren. Hoogtepunt was de opening van het nieuw ingerichte clubhuis in 2002. Amsterdam tradities zoals het Herendiner, het Bosplan Truid Terwindt toernooi, het Onderbond toernooi stonden op het programma.  Het Jeugdbestuur nam het Kerstdiner voor haar rekening, al jaren een succesnummer voor de A&B jeugd.  Kortom: de kracht die Amsterdam in zich heeft om de traditie van succesvolle lustra door te zetten in dit nieuwe millennium.
Carolien van Aken, Bonnie Groenemeijer.

Lustrumfeest in The Grand 28 januari 2002

De 110e verjaardag van onze club was een enorm succes. Een bomvolle zaal, een super warme sfeer, ontspannen bestuursleden, liefhebbende ereleden en gasten, positieve sponsors, enthousiaste deelnemers aan de parade, opgetogen dj's van radio 10, en fantastische sprekers.
Burgemeester Job Cohen van Amsterdam maakte vlak voor Het Huwelijk zowaar nog tijd om onze club toe te spreken. Geestig en slim is die man! Dat vond ook KNHB-voorzitter André Bolhuis, die ons nog een roemrijke toekomst toewenste nadat hij liet weten dat hij als speler altijd tegen Amsterdam had opgekeken. De club kreeg van de KNHB een prachtschilderij van een hockeygoal op z'n Rietvelds...

WorldCom-bazin Woods sprak als voormalig hockeyster warme woorden en voorzitter Jons Hensel was uitzonderlijk kort van stof voor zijn doen. Maar zijn ogen straalden, evenals die van de overige bestuursleden en de leden van de feestcommissie. Mark Blaisse praatte de avond aan elkaar, Pieter van Empel (ex Don Quishocking) trad op als cabaretier en de rest van het festijn was gevuld met sterke verhalen uit het verleden en hier en daar een glas bier (of waren het hele vaten?).

Het is altijd jammer als er een fantastisch evenement plaatsvindt en niet alle leden kunnen erbij zijn. Maar de trouwzaal in The Grand kon echt niet meer mensen herbergen. Er is door cameraman-in-opleiding Hoyng gefilmd, dus over een paar maanden zal eenieder beelden van de receptie kunnen zien. We zeggen nog niet precies hoe!

Onze dank gaat uit naar The Grand-baas Reimers die ons subliem ontving, naar Interbrew voor de drank, naar WorldCom en Insinger de Beaufort en naar de tientallen vrijwilligers die de avond tot een groot succes maakten. Bravo! Zo willen we elk jaar wel jarig zijn!
Lutger Brenninkmeijer en Aldje Bertrams (met hun commissieleden Pamela Hoogeveen, Els Hensel en Bonnie Groenemeijer) waren zoals zo vaak de belangrijkste spinnen in het web. Zij worden hier in het bijzonder bedankt!
In september zijn eindelijk alle leden uitgenodigd om samen feest te vieren. Dat belooft nog wat! In elk geval tot dan... Intussen zullen de evenementen rond ons jubileum elkaar blijven opvolgen. Houd de agenda's in de gaten!!

12 oktober 2002 - Openingsfeest 

Op zaterdag 12 oktober was er een fantastisch lustrumfeest, waarbij het nieuwe clubhuis officieel werd geopend. Laten wij bij het einde van de memorabele 12e oktober beginnen: spetterend was het; waanzinnig die verlichting bij aankomst...een soort Cannes filmfestivalgevoel. Niks provinciaals meer aan dat hockey, dachten wij toen wij in smoking kwamen aanlopen. Super band; super catering; prachtige jurken; feestelijke vlinderdassen. Een gala, jazeker, van top tot teen.
Daags tevoren dacht de organisatie nog dat het een half vol, saai feestje dreigde te gaan worden. Maar het clubhuis zat vol, bruiste en golfde onder het genot van champagne en een mysterieus wodka-limoen drankje. De mystery-guest hebben wij nooit gezien, maar er waren zoveel vrienden en kennissen dat hij niet eens werd gemist. En gokken? Dat kunnen we ook met z'n allen. Net als dansen en lachen.

Willem Hondius won tot zijn verbijstering de mooie reis naar Tunesië. Er werden leden van verdienste benoemd, die een traan wegpinkten van ontroering. En er waren bekers voor deze en gene, leden die vrijwel alles voor de club hebben gedaan dat je maar kunt bedenken. En dan de Wall of Names: indrukwekkend en iets om beretrots op te zijn. Dat is nou steentjes bijdragen, waarvoor hier nogmaals namens bestuur en leden dank!

De accommodatie was toen al officieel een half etmaal open. Burgermeester Kamphuis van Amstelveen had het karwei geklaard, samen met ballonnendragertjes en een ijzersterk Amsterdams orgel. Er was ook gehockeyd door de Amsterdamse All Stars tegen de Boekaniers (mannen) en de Liberoos (vrouwen). De uitslagen zijn in het feestgedruis verdwenen, maar het was mooi om te zien. Talent met vertraging, maar plezier voor tien, ook voor het publiek op de banken van het Wagener stadion.

's Ochtends trokken de clinics met Dames en Heren I scharen kinderen die u allemaal handig kunnen passeren en leep kunnen scoren. Suikerspin en Popcorn toe! De businessclub lunch was een succes, mede door de aanwezigheid van de hoofdsponsors en vele kleinere steunpilaren en natuurlijk ook de sterren van de beide eerste teams. De korte speech van Paralympisch zwemmer en medaillewinnaar Kasper Engel over de vreugden van de gehandicaptensport was indrukwekkend en bescheiden makend. Bergen broodjes bij de lunch, bergen snoep bij de high tea, die ook al goed werd bezocht. Wat zijn we de gulle gevers toch weer veel dank verschuldigd. Net als de talloze vrijwilligers die van 's ochtends tot 's nachts in touw waren. Bravo!

Wie zegt er nog dat Amsterdam een tikkeltje afstandelijk en kil is? Dan was u er de 12e zeker niet bij... We krijgen op 15 november nog het Herendiner (u kunt zich nog inschrijven!) en dan zit het lustrumjaar er op. We zullen het niet snel vergeten. Mogen we elke paar jaar zo'n mooi feest?

Rest mij nog namens de lustrumcommissie iedereen te bedanken voor de enorme energie, voor en achter de schermen. Hoe bedoelt u, geen actief burgerschap in ons land? Kijk naar Amsterdam en je ziet dat mensen zelf in staat zijn bergen te verplaatsen. Fantastisch! , om maar even Jonsiaans af te sluiten...

Lustrumcommissie
Namens deze,
Mark Blaisse (voorzitter)