1-.jpg 2-.jpg 3-.jpg 4-.jpg 5-.jpg 6-.jpg 7-.jpg 8-.jpg
In Memoriam
AJ van Kempen 1941-2018 

 

Door de vriendschap van de families Coster van Voorhout en Van Kempen kwam  AJ in 1961 vanuit Laren naar der Amsterdamse hockeyclub AH&BC.

Mijn club. Ik leerde AJ kennen als hockeyer in 1962 terwijl iedereen hem kent als scheidsrechter.

We kwamen beiden in Heren II terecht. Het spelniveau dat AJ in het roemruchte Laren van die jaren onder leiding van Dick Loggere mocht bereiken was bij Amsterdam voor hem te hoog gegrepen. Het eerste elftal was ijzersterk. Na het tweede elftal, dat ieder jaar om het landskampioenschap speelt voor de reserve hoofdklasse, daalde hij met veel plezier af naar het achtste!  Tot zover de hockeyer AJ.

 

In 1972 werd AJ, na het overlijden van Rudolf Schendstok, gevraagd om scheidsrechter-commissaris te worden in het bestuur onder voorzitterschap van Hemmo Pieck. Hij was een degeljke bestuurder met veel ervaring op zijn portefeuille, maar ook een man van weinig woorden. Als geen ander had AJ door hoe belangrijk een goede scheidsrechter is. Hij vroeg zich dan ook af of hoger fluiten er ook in zou kunnen zitten. Uitproberen met Heren 1 en Dames 1 volgde. Omdat hij zelf op redelijk hoog niveau had gehockeyed, is het anticiperen in moeilijke situaties relatief makkelijker. AJ is degene geweest die binnen Amsterdam heeft gezorgd dat ieder team een C-scheidsrechter in zijn midden had.

 

De functie van scheidsrechter-commissaris ging na een jaar over in die van wedstrijdcommissaris. Jarenlang functioneerde hij in diverse besturen met geweldige namen om zich heen, en met let wel drie voorzitters: Hemmo Pieck, Han van der Heyden en Ep Hannema. Zover de bestuurlijke AJ.

 

AJ wilde neutrale wedstrijden gaan leiden. Met de ervaring van Heren 1 en Dames 1 oefenwedstrijden werd hij scheidsrechter in het District Noord-Holland in de derde en vierde klasse.. Dat bleek geen opwindende tijd. Hij leerde, aldus AJ, veel van Veteranen A, die om de landelijke titel streden met veelal oud-Heren 1 en 2 spelers.

Na het fluiten van enige toppers in het District werd AJ uitgenodigd samen met Udo Suermondt, Emiel Fennet en Fons Tobosch voor de landelijke aanwijzing.

Hij kreeg Jo Donselaar als mentor, een ware coryfee. De heren Donselaar en Rogge waren in de jaren vijftig, zestig een begrip. Ik mocht de heren in de jaren zestig zelf meemaken. De meest dubieuze beslissingen werden lachend weggenomen.

En AJ ging steeds hoger fluiten.

Na het afscheid van de hoofdklasse van broer Carel had AJ het genoegen te worden aangesteld in de hoofdklasse. De snelheid, mede door de komst van het kunstgras, was reden voor hem zijn conditie op peil te houden met fietsen, badminton en hardlopen. Per jaar kwam hij tot zo’n 40 tot 50 wedstrijden, en heeft hij alle landen gefloten die in Nederland op oefenstage waren..

De meest speciale herinnering had AJ zelf aan twee officiële wedstrijden tussen België en Engeland in 1987 in Brussel. Een jaar later werd Engeland Olympisch kampioen in Seoul met een praktisch ongewijzigd team.

In 1992 zei AJ al, en ik quote:

"Het leiden van wedstrijden is eigenlijk veel leuker dan men denkt, zeker als je de mogelijkheden in je hebt om om ook op een hoger niveau te belanden. Dat is de reden dat ik scheidsrechter ben geworden”.

 

In 1977, AH&BC is dan 85 jaar oud, worden er veel partijen georganiseerd wat uiteindelijk culmineert in het Koninginnedag familietoernooi met liefst 36 elftallen.

Inmiddels is het toernooi echter ter ziele gegaan. Maar in 1979 meende voorziter Ep Hannema in een gloedvolle toespraak de beker te vernoemen naar de organisator AJ van Kempen.

De beker kreeg inmiddels een andere bestemming binnen de club en werd de "AJ van Kempen Bokaal” die ieder jaar werd uitgereikt door AJ zelf. Helaas de laatste keer in november 2017.

De huidige voorzitter Marc Staal heeft mij gezegd dat de traditie wordt voortgezet, en dat de beker ieder jaar uitgereikt zal blijven worden.

 

De Amsterdamsche Hockey en Bandy Club is AJ van Kempen veel dank verschuldigd. Voor al zijn werk en bezigheden binnen en buiten de club werd AJ reeds in 1979 benoemd tot Lid van Verdienste.

  

Peter Broers 8 mei 2018

 
André Ulbrich 1926-2016 
In zijn 90e levensjaar is André Ulbrich op 16 februari in zijn slaap overleden. André werd in 1945 lid van de AH&BC en was een trouwe bezoeker van de bijeenkomsten van de 'Vrienden van AH&BC'. 
Hij was een gezelligheidshockeyer, en de mens stond altijd centraal. Bij de senioren vinden we hem terug in Heren VI en Veteranen B.

André was het langstlevende lid van het illustere cabaretgezelschap 'Les Quatre Idiots' dat tijdens de feestavonden van de club optrad, maar ook elders dikwijls gevraagd werd. 'De ballen van Amsterdam' was één van hun succesnummers.

André was ook een stuwende kracht in de financiële commissie tijdens de realisatie van de bouw van ons clubhuis in 1972. In dat jaar werd hij benoemd tot Erelid van de AH&BC.

Wij zullen hem missen, en bewaren de beste herinneringen aan hem.

Hemmo Pieck
 
Bob Klicks 1928 - 2015 

Op 12 augustus is Bob Klicks, ons erelid, op 87 jarige leeftijd overleden.

Bob was een ras Amsterdammer, een clubmens pur sang en een begrip op de AH&BC.

Hij stond aan de start van de medische begeleiding van onze topteams.

Decennialang heeft hij als teamarts zowel Heren 1 als Dames 1 begeleid.

Ook was hij geruime tijd medisch begeleider van de nationale teams, en heeft de Olympische spelen en meerdere WK’s meegemaakt.

Erelid en bestuurder tophockey van de AH&BC, Lid van Verdienste van de KNHB en Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

Ondanks deze indrukwekkende lijst van verdiensten en decoraties was hij een uiterst bescheiden en aimabele man, die zelden op de voorgrond trad.

 

Bob was met hart en ziel huisarts in Aalsmeer alwaar hij een bloeiende praktijk hield, geliefd door zijn patiënten en gesteund door zijn vrouw Jas, afkomstig uit een bekende artsenfamilie.

Zijn medische professionaliteit voerde hem naar onze club toen in de zestiger jaren, kort na de successen van het gerenommeerde eerste herenteam dat 4 landskampioenschappen op rij behaalde, Bob zich als teamdokter bij Heren 1 aandiende.

Het idee om de staf van Heren 1 met een arts uit te bereiden werd geboren in 1966, tijdens een Herendiner in de Grote Club op de Dam.

Aanvankelijk nog vanaf de tribune of staande langs de lijn maar al snel op de bank met de huisartsentas ernaast.

Het was een volstrekt nieuw fenomeen in de hockeywereld: een dokter op het veld, die ter plekke of in de kleedkamer spelers direct kon onderzoeken of behandelen.

De sportmedische specialisering stond in die tijd nog in de kinderschoenen en alleen de topclubs in het voetbal konden zich een arts permitteren met voldoende affiniteit en kennis van sportblessures.

Amsterdam sloot zich dankzij dokter Bob aan bij deze opkomende trend en werd hierdoor toonaangevend in sportmedische kennis in de hockeysport.

In 1972, bij de opening van het nieuwe clubhuis, waarbij zoon Rutger als jongste lid van de club de vlag mocht hijsen, kreeg Bob zijn eigen dokterskamer die hij vanuit zijn eigen praktijk van medische voorraden voorzag.

Jarenlang heeft hij vanuit deze ruimte blessurebehandelingen verricht, in eerste instantie bedoeld voor de spelers van Heren 1, maar als snel meldde ook Dames 1 zich. Ook stond Bob klaar bij alle ongevallen op de club.

Hij deed dit allemaal op een teruggetrokken en bescheiden manier, trad zelden op de voorgrond en maakte zich door zijn kundigheid en oprechte belangstelling zeer gewaardeerd bij spelers en begeleiding.

Het kon dan ook niet uitblijven dat ook de hockeybond een beroep deed op zijn capaciteiten, en zo was hij jarenlang de vaste teamarts van het Nederlandse Herenteam en later ook van het Damesteam.

Tevens maakte hij deel uit van de Medische Commissie van de KNHB.

 

In de loop van de jaren negentig rond zijn pensionering trok hij zich terug uit de medische begeleiding en is Bob nog enige jaren bestuurslid tophockey geweest.

De club liet hem niet los, want talloze keren was hij een uiterst deskundig toeschouwer bij de wedstrijden van onze eerste teams, liet zich samen met zijn goede vriend en erelid Jan de Boer altijd zien bij de bijeenkomsten van de "Vrienden van Amsterdam” en bij de ledenvergaderingen.

 

Zijn heengaan is een groot gemis voor de AH&BC.

Wij zijn hem zeer dankbaar voor alle energie en deskundigheid die hij aan de club gegeven heeft.

Met hem verliezen we een uiterst trouwe, integere, bekwame en geliefde Amsterdammer.

Wij wensen zijn vrouw Jas, zijn kinderen, familie en vrienden veel sterkte om dit grote verlies te dragen.

Moge Bob rusten in vrede.

 

Joep Brenninkmeijer

 
Caro Rottschäfer 1991-2006 
Caro Rottschäfer (5 april 1991 - 6 februari 2006)
Gisteravond kregen wij het droevige bericht dat Caro Rottschäfer ten gevolge van een ernstige ziekte is overleden. Caro speelde met veel plezier, al sinds haar 7e, bij Hockeyclub Amsterdam. Met haar vriendinnen vormde zij een vrolijke en trouwe groep in MC2. In oktober 2004 is Caro ziek geworden en na een lange periode van operaties en behandelingen leek het erop dat er sprake was van herstel. Tot ieders grote vreugde meldde Caro zich aan het begin van dit hockeyseizoen weer aan. Zij voelde zich veel beter en verlangde er naar om weer over het veld te rennen en tussen leeftijdsgenoten te zijn. Zij speelde bij MB6. Door de terugkeer van haar ziekte is hier helaas een abrupt einde aan gekomen. Onze gedachten zijn bij Carrie, de moeder van Caro, en bij de verdere familie. Wij wensen hen heel veel kracht toe bij de verwerking van dit grote verdriet.
Namens het bestuur, 
Fransca Hoetink Commissaris jeugd
 
Cees van der Slikke 1950-2016 

Onze oud-voorzitter Cees is in de ochtend van vrijdag 4 november gestorven in zijn geliefde Kaapstad. Hij wilde daar nog zo graag toe, net of hij voelde dat het misschien de laatste keer kon zijn. Voor zijn vertrek naar Kaapstad heb ik hem nog enkele malen gesproken, hij was zwaar ziek.

 

Er is iemand gestorven met een groot hart voor zijn hockeyclub.

Geboren op het eiland Tholen, heeft hij tijdens zijn schooltijd gehockeyd bij Tempo in Bergen op Zoom. Na zijn schooltijd ging hij studeren aan de TH Eindhoven en werd EMHC zijn club.

In 1980/1981 kwam hij naar Amsterdam en werd lid van de Hockeyclub Amsterdam. In 1984 heeft hij de ledenadministratie gedaan en in 1984 trad hij toe tot het bestuur als Commissaris Seniorhockey.

 

In 1985 volgde hij Udo Suermondt op als voorzitter. Die functie heeft hij tot 1990 bekleed. Tijdens zijn bestuursperiode is er veel gebeurd op de AH&BC.

Zijn eerste daad was een nieuwe sponsor zoeken. Het werd Brederode Bouw N.V.

Ook zette hij zich in voor de aanleg van kunstgrasvelden. Dat was een lastige klus, omdat één veld door de cricketclub en het andere veld door een andere hockeyclub werd gebruikt. Dank zij zijn volharding lukte het en zo kreeg "Amsterdam” zijn kunstgrasvelden, twee stuks.

Na twee jaar stopte Bredero met hoofdsponsoring en werd subsponsor. Cees interesseerde NCM om als hoofdsponsor de opengevallen plaats in te nemen. Zijn initiatief om de bedrijvencompetitie naar "Amsterdam” te halen was een groot succes.

 

Intussen waren de vijf jaren voorzitter om en Cees gaf het stokje over. Daarna was hij voorzitter van het Districtsbestuur Noord-Holland, van 1993 tot 1998.

 

Intussen hockeyde Cees heel gezellig in Veteranen C en bezocht geregeld de maandelijkse bijeenkomsten.

Toen de vereniging "Vrienden van Amsterdam” werd opgericht werd Cees penningmeester, en in 2008 voorzitter. In april van dit jaar trad hij af wegens gezondheidsproblemen.

 

Door zijn zwakke gezondheid kwam hij niet meer zo vaak op de club. Cees, dank voor je inzet voor AH&BC, wij zullen je ons blijven herinneren.

 

Annelies Smit

24 november 2016

 
Charles Coster van Voorhout 1942-2016 

Op 74-jarige leeftijd is Charles op 26 november jl. overleden. Hij was al langere tijd ernstig ziek.

Charles is zestien wanneer hij in 1958 op voorspraak van o.m. hockeygoeroe Rein de Waal geselecteerd wordt voor Amsterdam I. Zoals hij zelf vertelt in een vrolijk praatje in 2007 voor de Vrienden van Amsterdam:"tot mijn niet geringe verbazing. Ik ben zestien, het hart klopt mij in de keel wanneer ik mij voor de eerste training in het Wagener Stadion meld. Ik meen me te herinneren dat ik al die bekende namen uit het topteam van Amsterdam dat ik op zondag in het stadion bewonder met "meneer” aanspreek. Die mannen studeren of zijn al jaren aan het werk. Maar het blijken stuk voor stuk aardige kerels die mij hartelijk in hun kring opnemen.

Als schoolventje worstel ik dagelijks vooral met Herodotus en Vergilius, dat is op dat moment mijn wereld”.

1958 is ook het jaar waarin Amsterdam I zich na degradatie een seizoen eerder terug moet knokken naar het hoogste competitie-niveau. Dat lukt, echter niet dan na een bloedstollend gevecht tussen de oude rivalen Hilversum en Amsterdam in een derde (beslissings)wedstrijd op Be Fair in april 1959. Charles beschrijft dat seizoen achteraf als het mooiste en meest leerzame uit zijn hockeytijd.

De terugkeer naar de hoofdklasse blijkt de opmaat voor de tot nu toe meest succesvolle periode in de hockeygeschiedenis van de club: het tijdperk 1961-1966. Vier nationale titels op rij en net geen vijfde vanwege een zo strenge en langdurige winter in 1963 dat de KNHB gedwongen is het nog resterende tweede (voorjaars)deel van de competitie in dat seizoen landelijk te annuleren.

Als lid van de ploeg die in 1962 voor de eerste keer na 25 jaar in Eindhoven landskampioen wordt is Charles in de voorhoede de handige, ongrijpbare en razendsnelle balvirtuoos op de vierkante meter die een bloedhekel heeft aan het geven van een voorzet. En net zo gemakkelijk vooruit als achteruit spelend zijn tegenstanders dolt. Tot op de dag van vandaag is nooit opgehelderd of hij wel een bal kon slaan. Zelf zegt hij daarover:"ik kan aardig pielen maar niet schieten”.

Hoe dan ook, Charles blijkt zeer getalenteerd voor het spelletje en ontwikkelt zich tot een vaste en niet minder creatieve waarde in een sterk elftal dat jarenlang de toon zet in de nationale competitie. Ter illustratie: het "dreamteam” van Amsterdam blijft in ca. 80 officiële wedstrijden ongeslagen. Tot 1967 is Charles actief in het tophockey, dan besluit hij recreatief verder te gaan. De eerste jaren in Amsterdam, later in Bloemendaal.

Als lid van de nationale selectie speelt Charles zeven interlands, ook is hij (met vijf andere Amsterdammers) lid van de hockeyploeg die in 1964 deelneemt aan de Olympische Spelen in Tokyo. Sinds 1963 is hij lid van de Batavieren.

We herinneren ons Charles als een uiterst plezierige, sportieve en trouwe hockeymaat die in zijn actieve tijd maar zeker ook daarna maximaal geniet van alles wat het leven hem biedt. Naast hockey blijkt hij ook een goeie tennisser te zijn, eveneens een aanleg die hij al jong etaleert. Tennis op hoog niveau komt er echter niet van.

Wanneer zijn gezondheid hem parten gaat spelen raakt het actieve sportieve leven enigszins op de achtergrond. Maar zijn belangstelling voor de sport allerminst.

De laatste jaren zijn niet makkelijk, opgeven komt in zijn vocabulaire echter niet voor. Hij blijft knokken. Tot zaterdag een week geleden.

Uniek als hij was -ook hij leefde zijn eigen leven en maakte zijn eigen keuzes- nemen we met respect en mooie herinneringen afscheid van Charles. Of, zoals zijn jarenlange school-, studie- en hockeymaatje Hans Broers hem kort na zijn overlijden vanuit zijn woonplaats in Costa Rica karakteriseert:"Charlie was een waardevolle en betrouwbarevriend”.

Dat was hij, op maar zeker ook buiten het veld. Voor wie de derde helft van de wedstrijd in het clubhuis en daarna vaak nog elders minstens zo belangrijk was.

Dat Charles een veelzijdig mens was werd nog eens duidelijk tijdens de zaterdag jl. gehouden afscheidsbijeenkomst waar diverse sprekers naast zijn prestaties op het hockeyveld ook andere aspecten van zijn interessante leven hebben geschetst.

Chris Mijnarends

3.12.2016

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Op 26 november 2016 overleed in Haarlem Charles Coster van Voorhout in de leeftijd van 74 jaar. Charles was in de jaren zestig de rechtsbuiten van ons heren I en had een fabelachtige techniek. Draaide de linkshalf van de tegenpartij vele malen helemaal dol. Maakte op zeer jeugdige leeftijd (17) deel uit van het team, dat Amsterdam terugbracht in de eerste klasse in het voorjaar van 1959.

 

Hij werd lid van Amsterdam in 1952 en doorliep alle jeugdteams, die in die tijd een jaarlijkse uitwisseling kenden met de Gooise verenigingen Hilversum en Laren.

Omdat wij elkaar al kenden op zeer jeugdige leeftijd door de vriendschap van onze wederzijdse ouders was mijn overstap naar de AH&BC na mijn verhuizing van Laren naar Amsterdam een logisch gevolg.

 

Charles speelde helaas slechts zeven maal in het Nederlands elftal en nam deel aan de Olympische Spelen in 1964 in Tokio. Bijzonder jammer dat hij op zo’n jonge leeftijd al afscheid nam. Hij was ook een uitstekende tennisspeler bij de Amsterdamse vereniging DDV en won diverse kampioenschappen op de Amsterdamse banen.

 

Na zijn huwelijk verhuisde Charles naar Haarlem en speelde nog vele jaren voor BMHC en het latere Bloemendaal. Voorts was hij heel actief voor de Batavieren. Hij was ondermeer samensteller van de lustrumboeken. Niet vreemd, want tijdens zijn arbeidzame leven was hij als journalist verbonden aan het NRC Handelsblad.

 

Vanwege zijn werkzaamheden is hij kortgeleden nog gevraagd om adviezen te verstrekken voor het in 2017 uit te brengen Jubileumboek. Op 18 november jl. mailde hij mij dat hij het leuk vond dat wij aan hem gedacht hadden, maar dat zijn gezondheid het niet meer toeliet om aan ons verzoek te voldoen. "Mijn gezondheid loopt sterk achteruit” schreef hij.

Ruim een week later is Charles gestorven.

 

Hij ruste in vrede.

 

AJ van Kempen

 
G. van der Harst 1921-2006 

Woensdag 22 november jl. namen wij afscheid van ons erelid Dik van der Harst. Dik werd op 11-jarige leeftijd, in 1932, lid van onze vereniging. Hij was een verdienstelijk hockeyer. Na zijn juniorenperiode komen wij Dik in de annalen van de club tegen in Heren II, III en Veteranen A. Ook op bestuurlijk vlak speelde hij zijn partijtje mee. Dik was van 1954 tot 1962 vicevoorzitter van de AH&BC. Bij zijn aftreden werd Dik benoemd tot erelid. Zijn huwelijk met Nini Groenendijk, die in 1936 lid werd, was een echt hockeyhuwelijk. Hun kinderen Liesbeth en Dik werden goede clubhockeyers. Allen sterkte toegewenst met dit verlies. Dik was een stille, betrouwbare kracht zowel in het veld als achter de bestuurstafel. Onze hockeyclub is Dik veel dank verschuldigd.

Hemmo Pieck

 
Hans Olgers 1929-2016 

Gisteren, 8 december, hebben we afscheid genomen van de op 1 december overleden Hans Olgers, oud-voorzitter van Amsterdam van 1990 tot 1997.

Hans speelde al jaren in Veteranen C toen hij tot zijn stomme verbazing in 1990 werd gevraagd voorzitter van Amsterdam te worden. Er was zeker wat overredingskracht van diverse mensen voor nodig om hem tot een ja te krijgen.

Hans werd voorzitter in een voor de AH&BC belangrijke tijd. Immers, in 1992 zou "Amsterdam” zijn 100 jarig bestaan gaan vieren, wat gepaard zou gaan met vele activiteiten. Op de voorgrond treden, daar hield Hans niet van.

Dus stuurde hij vele mensen in vele commissies aan om alles in goed banen te leiden.

Het 100-jarig bestaan werd een groot succes met partijen in Americain, de Melkweg en het Clubhuis. Het 100 voor 100 toernooi, het grootste toernooi ooit.

Bescheiden, op de achtergrond, genoot Hans daar enorm van.

Ook de Europa Cup voor clubteams Dames en Heren werd in 1992 georganiseerd. Wederom een enorme organisatie.

Met zijn nuchtere Groningse achtergrond en soms wat Leidse bravour, leidde Hans de bestuursvergaderingen en algemene ledenvergaderingen. Hij werd benoemd tot Lid van Verdienste in 1997 en ging van een verdiend pensioen genieten.

Na enkele jaren van een kwakkelende gezondheid maar helder van geest is Hans op 1 december overleden. Een zeer belezen, intelligent mens.

Wij gedenken hem met respect.

Anne Marie Broers-de Laat  
J. Stroeve 1920-2008 
Ons bereikte het bericht dat op 21 november ons erelid Jan Stroeve op 88-jarige leeftijd is overleden.
Jan werd in 1932 samen met zijn zus Nel en broer Coen lid van de AH&BC. Na de oorlog legde Jan zich toe op de begeleiding van de jeugd. Hij ambieerde geen bestuursfunctie, maar had in het seizoen 1945-1946 de jeugd onder zijn hoede. Jan had altijd verfrissende ideeën en één van zijn initiatieven was de oprichting van de jeugdafdeling van het District Amsterdam, waarvan hij competitieleider werd.
Jan hockeyde zelf in één van de lagere elftallen, en was altijd bereid de scheidsrechtersfluit te hanteren.
 
In het lustrumboek lezen wij dat Jan tijdens de Algemene Ledenvergadering van 1955 werd benoemd tot erelid, waarmee zijn vele verdiensten voor het Amsterdamse jeugdhockey erkenning kregen.
Jan was vanaf de oprichting lid van de Vereniging Vrienden van AH&BC. Hij belde mij van tijd tot tijd op om te horen hoe de vlag erbij hing.
Wij houden Jan met dank als enthousiast clubmens op ons netvlies.
Hemmo Pieck
 
Job Key 1918-2005 
Job begon zijn hockeyleven als tienjarige ballenjongen tijdens de Olympische Spelen van 1928. Zijn schooltijd in Baarn en zijn verblijf daarna in Zwitserland en Finland waren de reden dat hij pas in 1939 bij Amsterdam kwam hockeyen. Hij speelde tot zijn 50ste achtereenvolgens in Heren V, II, I, III en Veteranen A.
Bestuurlijk heeft hij ook zijn partijtje meegespeeld. In 1942 wordt Job bestuurslid, en in 1950 voorzitter. Met een onderbreking van enige jaren doet de club in 1960 opnieuw een beroep op hem om de voorzittershamer over te nemen, hetgeen hij voor 2 jaar doet.
Voor zijn hockey- en bestuurlijke inspanningen wordt Job in 1962 benoemd tot erelid.
Na zijn terugtreden bleef hij een trouw bezoeker van Dames I, samen met zijn vriend en mede(oud)bestuurslid Joop Kuyt. Onze hockeyclub is Job veel dank verschuldigd.
G. van der Harst
 
Joris Jansen Schoonhoven 1934-2013 

Met het overlijden op 4 januari jl. van Joris Jansen Schoonhoven verliest de hockeyclub een van de weinige echte voorhoedespelers waarover Heren I begin jaren ’50 beschikt.

Zoals in die tijd niet ongebruikelijk speelt ook Joris als aanstormend talent vanaf zijn 16e in het eerste elftal. Met vooral goede spelers in de achterhoede (Lau Mulder en Hans van Waaijen) en op het middenveld (Bert Smit Sibinga).

Joris blijkt een uitstekende technicus die als linksbinnen veel inzicht paart aan goede balbeheersing. Tegelijk loopt hij geen meter teveel.

Maar omdat zijn mede-voorhoedespelers niet altijd raad weten met zijn subtiele passeerbeweging en uitgekookte voorzet blijft het rendement vaak steken in goede bedoelingen. De doelpunten blijven uit, het elftal is daarmee in die tijd een goede middenmoter.

 

In 1958 maakt Joris dus ook de -gelukkig eenmalige- degradatie uit de eerste klas mee. In 1959 onder leiding van Tonny Drilling direct gevolgd door de terugkeer naar het hoogste niveau. Ten koste van Hilversum. In de beslissende derde wedstrijd op Be Fair speelt Joris een prominente rol.

Ook voor hem breekt aansluitend een prachtige tijd aan wanneer het elftal in de jaren daarna met echte aanvallende spelers als Jaap Voigt, Nico en Frans Spits en Charles Coster over heel veel kwaliteit beschikt. Met de nationale titel in 1962 als gevolg, de eerste sinds 1937. Joris was er op 19 mei in Eindhoven bij. Tegelijk de start van een ijzersterk tijdperk dat met vier opeenvolgende landelijke kampioenschappen doorloopt tot 1966.

 

Joris stopt in 1963 met tophockey. Dat hij ook in andere sporten goed uit de voeten kan blijkt wel uit het feit dat hij jarenlang op het hoogste niveau cricket speelt in het eerste team van VRA en op latere leeftijd een meer dan gemiddelde voetballer is in een veteranenteam van KHFC in Haarlem.

 

Wanneer het huidige bestuur van de club in het najaar van 2011 het initiatief neemt het elftal uit de succesvolle periode 1961-1966 uit te nodigen voor een lunch en een ontmoeting met de huidige toppers van Heren I is ook Joris van de partij. Zijn gezondheid is dan niet meer optimaal. Ook op de lustrumreceptie in januari 2012 geeft Joris opnieuw "acte de présence”. Het blijkt nu -bijna een jaar later- de laatste keer dat we hem in ons midden hebben.

 

We zullen ons Joris blijven herinneren als een begenadigd sportman en tegelijk uiterst plezierige maat buiten de lijnen.
 
Chris Mijnarends
12-1-2013
 
José Tamminga 1952-2012 
Op 3 mei jl. hebben we op ‘Zorgvlied’ afscheid genomen van José Tamminga, sinds 2006 Lid van Verdienste van onze vereniging. Heel veel familie, vrienden en kennissen waren samengekomen om een laatste maal met haar samen te zijn. Wat zou zij genoten hebben van de vele, prachtige bloemstukken.

In 1999 heeft José  de organisatie van het wedstrijdsecretariaat van ‘Amsterdam’ overgenomen. Dit was nog in de tijd dat er bij de secretariaten nog niet of nauwelijks met computers werd gewerkt. Van vrijdagavond uitgaan kon geen sprake zijn: per telefoon moesten er wijzigingen en afgelastingen worden verwerkt en de planning voor de komende week worden doorgegeven.  Niet even snel een mailtje of SMS-bericht. Natuurlijk bleef het niet bij vrijdagavond, want zaterdags moest er op de club ook weer het nodige worden geregeld. De ‘ronde tafel’ was het episch centrum van de hockeyclub. Daar was altijd wel iemand van de jeugdleiding te vinden. Iedereen kon aanschuiven voor een gesprekje en/of een kopje thee.

José  deed er tussen neus en lippen door ook nog de zaalhockeycompetitie voor de jeugd bij. Zij maakte een nieuwe opzet voor de planning van de wedstrijden; nog steeds wordt daarmee door de huidige wedstrijdsecretaris met plezier gewerkt.

Ze viel op door haar organisatietalent, ook bij het District Noord-Holland. Na het overlijden van Wig Broerse in november 2006 werd zij lid van het Districtsbestuur en nam zij vier jaar lang de gehele organisatie van het zaalhockey op zich. 

Ook in de organisatie van de grote toernooien van de KNHB die op onze club werden gehouden, speelde José  een belangrijke rol. Zij zorgde voor de werkschema’s van de suppoosten en bleef altijd rustig bij hectische momenten.  En bovenal: waar zij was, was het gezellig. 

Gisteren, tijdens de afscheidsplechtigheid, werden anekdotes verteld over de vele uitstapjes die José  maakte met vriendinnen. Zij kon er intens van genieten. Mensen die José niet zo goed gekend hebben, zouden haast denken dat zij zich met niets anders bezighield dan winkelen, uit eten gaan en ander gezellig tijdverdrijf. Zij deed al het bovengenoemde echter naast haar werk in het VUmc, waar zij in het Apotheek Service Punt zorgde voor een goede overdracht van farmaceutische zorg bij opname in - en ontslag uit het ziekenhuis.

Ook tijdens haar ziekte heeft zij, als het maar even kon, haar werkzaamheden voortgezet, totdat het echt niet meer ging. De laatste maanden zijn zwaar geweest voor haarzelf en voor haar omgeving. Hoewel zij zich altijd van haar optimistische kant liet zien, besefte zij dat haar ziekte niet te overwinnen was.

Wij hopen dat haar man en kinderen,  familie en vrienden, veel kracht zullen vinden om zonder José  door te gaan. 
Wat zullen wij haar missen.

Namens velen,
Ditty van Dijk
 
Karel F. van Leuven 1918-2010 
Op 8 december van het vorige jaar reden de leden van Veteranen A in de avondspits naar het clubhuis van de hockeyclub voor hun maandelijkse borrel. Sinds decennia vaste prik.

Uiteraard was Karel, zoals altijd getooid met de zwart-rood-witte Amsterdam-shawl, ook present.

Ook al had hij moeite met lezen en vond hij het ook wel lastig om alle details van de gesprekken te volgen, hij was er en zat zoals altijd aan het hoofd van de tafel. Genoot van zijn maten, zijn glaasje en zijn hapje.

Waar deze borrel een lange historie heeft en via diverse Amsterdamse etablissementen de laatste jaren in het epicentrum van de hockeyclub wordt gehouden, zijn vele generaties veteranen getuige geweest van oorspronkelijk lange avonden borrelen en dineren, tot het langzamerhand wat afnemen van het uithoudingsvermogen en als gevolg daarvan een wat eerdere terugkeer naar de thuisplaats. Karel was met 91 de senior, de jongste van het stel was net 70.

Al hadden de meeste veteranen hun hockeystick al geruime tijd opgeborgen, de borrel bleef een vast agendapunt, iedere 2e dinsdag van de maand. Onder leiding van Karel, die zoals ook in al die jaren daarvoor de bindende kracht was en bleef, en iedereen op sleeptouw nam. Je haalde het eigenlijk niet in je hoofd daarvoor af te zeggen. Dus ook niet op 8 december 2009, de laatste keer dat we Karel in ons midden hadden.

 

Deze korte schets van deze bescheiden man, die nooit bestuurlijke ambities had maar op de achtergrond jarenlang een hele belangrijke rol in de club speelde, verdient natuurlijk een verdere inkleuring.

 

Nadat in de periode 1956-1959 het "Tournoi des Cinq Nations” achtereenvolgens in Hannover, Brussel, Parijs en Madrid had plaatsgevonden was Amsterdam in 1960 aan de beurt om tijdens het Pinksterweekend als gastheer op te treden voor de hockeyteams uit die steden.

Onder leiding van Karel werd er met grote regelmaat door het organisatiecomité, dat verder bestond uit o.m. Wiert Doyer, Jan Nolen en Hemmo Pieck, vergaderd op het vaste adres: Singel 212.

Geld was er niet liet het bestuur weten, de fondsenwerving kwam voor eigen rekening van Karel en zijn gezworenen. Uiteraard werd het toernooi, ook financieel, een groot succes. Waarop Karel het natuurlijk niet kon laten het bestuur van de club champagne aan te bieden. De goodwill die hij met dat soort initiatieven kweekte was illustratief voor zijn altijd positieve optreden en constructieve benadering.

 

Eind jaren ’60 was Veteranen A o.l.v. Karel dermate sterk dat driemaal achtereen de landelijke hoofdprijs -de Amsterdambeker- werd gewonnen. Omdat het in die tijd gangbaar was dat de club die iets dergelijks presteerde de beker definitief in zijn bezit kreeg, nam de KNHB het initiatief tot het beschikbaar stellen van een nieuwe beker. U raadt het al: dat werd de Karel van Leuvenbeker.

In mei 1971 speelde Veteranen A opnieuw de finale. In het Wagener Stadion werd Bloemendaal met grote cijfers verslagen. Wat wil je ook met spelers als Lau Mulder, Henk Kleijn, Cees Lips, Bert Smit Sibinga, Hans van Waaijen, Hans Wagener, Tonny Drilling en Bob Hillen.

Glimmend van trots kon Karel opnieuw en ditmaal de naar hem genoemde beker in ontvangst nemen. En er was niemand die hem dat niet gunde.

Terzijde: Karel trad toen al enige tijd als non-playing captain op. Bert Smit Sibinga acteerde in die tijd als playing captain. Tactisch natuurlijk een ijzersterk concept!

Uiteraard was Karel, zoals ook in de jaren daarna, vergezeld van zijn grote koffer. Voor het geval andere spelers iets waren vergeten of reserveonderdelen nodig hadden.

Ook dat was Karel.

 

Omdat hij genoot van het leven was het duidelijk dat Karel ieder jaar op zijn verjaardag op 15 juni een grote partij gaf op het buitenverblijf in Loenen. Met de versiering van Tjaard Berghuis en de grote gastvrijheid van Mart en Karel als belangrijkste ingrediënten beleefden vele jaargangen Veteranen A en hun partners daar jaarlijks een groots festijn. Waar voetbal- en zitvoetbalwedstrijden op "de akker” meestal eindigden in een enorm waterballet. Veteranen als een stel kwajongens!

 

Hoewel er niet veel bekend is over zijn actieve hockeyloopbaan levert een speurtocht in de annalen wel op dat Karel medio jaren ’30 samen met zijn oudere broers Wim en Jan gedurende korte tijd in Heren I heeft gespeeld.

Ook in zijn veteranentijd trok Karel met regelmaat de korte broek aan en was in het veld meestal te vinden op de rechtsbuitenstek. Onder het motto van het elftal in die tijd: "wij doen het werk, jij mag je ontspannen” dook Karel te pas en ook wel eens te onpas in de vijandelijke cirkel op. Zo ook in een -opnieuw- gewonnen bekerfinale tegen Zwolle op de velden van Doetinchem. Scherp opgesteld  in de cirkel belandde een voorzet van Hans Thole -u weet wel- op de stick van Karel die niet uit de weg kon en de bal via zijn stick in het doel kon laten caramboleren. De grimas op zijn gezicht verraadde dat hij dit als een van zijn absolute hockeyhoogtepunten beschouwde.

De enorme lengte van het gras op het veld ontlokte dezelfde Hans Thole -klein van formaat als hij was- de opmerking: "op zulk lang gras kan ik niet eens de goal van de tegenpartij zien”.

 

Deze greep uit een ook in hockeyopzicht mooi en welbesteed leven schetst een duidelijk beeld van een op en top clubman die, nooit op de voorgrond, gedurende een lange reeks jaren zo’n prominente rol heeft gespeeld in de hockeyclub.

Aan dat alles is nu een eind gekomen, het zal nooit meer zijn zoals het is geweest.

De hockeyclub verliest een icoon, Veteranen A zijn inspirerende en altijd betrokken captain. Voor wie niets te veel was om het zijn maatjes, waaraan hij zo gehecht was en bleef, naar de zin te maken.

Karel heeft als geen ander het leven gevierd.

Hij ruste in vrede.

 

 
Lau Mulder 1927-2006 

  

  Tot onze grote ontsteltenis is afgelopen Zondag 29 Januari thuis in zijn stoel ingeslapen onze grote vriend en hockey- makker Lau Mulder.

 

In zijn lagere schooljaren ontstond zijn voorliefde voor de balsport. Op elfjarige leeftijd werd hij juniorlid van Amsterdam, in die tijd verhuisde de AH&BC van de velden naast het Olympisch Stadion naar het nieuwe complex in het Bosplan. Een jaar later werd hij ook lid van VRA, hij was daardoor ook zomers op de velden aanwezig.

 

Na de oorlog manifesteerde Lau zich duidelijk met hockey; het is opmerkelijk, dat hij al die jaren keeper is gebleven. Toch is hij eenmaal rechtsbuiten geweest en wel tegen Bloemen daal! ( 3-0 voor Amsterdam).

 

Vanaf 1948 speelde hij selectiewedstrijden voor het Nederlands Elftal en in die tijd was hij ook keeper van de Nederlandse militairen.

 

Het hoogtepunt in zijn carrière was wel het feit, dat hij als eerste keeper van Nederland zilver haalde op de Olympische Spelen van Helsinki in 1952.

 

Nadien stond hij regelmatig op goal, waarin hij met zeer snelle stop-push acties de bal naar de hoekvlag werkte, zijn specialiteit. In totaal is hij 44 maal voor nationale ploeg uitgekomen.

 

 

Vanaf 1952 was hij ook lid van de Batavieren ( lidnr.132). Als sterke batsman kwam hij 4 maal uit voor het Nederlands Cricketteam.

 

Opmerkelijk in zijn loopbaan was dat Lau een alom zeer gewaar deerd sporter is geweest; respect voor de leiding, respect voor je tegenstander, kortom een "heer" in de sport.

 

In 1962 werd hij met Amsterdam kampioen van Nederland.

 

Naast het hockey zette hij zich ook in voor zijn club, o.a. met het clubleven en zowel met de senioren als junioren. Op grond van zijn inzet werd hij in 1967 benoemd tot Erelid van de vereniging.

 

In de jaren 71-75 was hij ook Bestuurslid, waarvan3 jaar als vice-voorzitter; in deze periode maakte hij ook de bouw van het nieuwe clubhuis mee(1972).

 

De laatste jaren hield hij zich vooral bezig met de jeugd; hij wist heel goed, in het kader van begeleiding en coaching, zijn mening over te brengen. Vaak stond hij aan de buitenkant van de kalklijn al gesticulerend en gebarend zijn elftal op te peppen, waarbij ook de scheidsrechter van het nodige commentaar werd voorzien!

 

Regelmatig was Lau te vinden op de sponsortribune, zo rond rij 11, om naar de wedstrijden te kijken. Na afloop kwam, onder het genot van een glaasje witte wijn en een hapje bij de Happy Hour groep, het juiste commentaar op de wed strijd. Hij was een graag geziene vriend temidden van de maandelijkse Veteranenborrel in het clubhuis.

 

Toch begon zijn leeftijd  en zijn gezondheid hun tol te eisen: de laatste maanden was hij minder aanwezig op Amsterdam. De contacten werden schaars, zijn lichamelijke conditie werd minder en toch nog onverwachts is Lau ingeslapen.

 

 

Onze gedachten gaan deze dagen uit naar Mary en de kinderen, die wij alle sterkte toewensen met de komende tijd.

 

 

Een integere persoonlijkheid is ons ontvallen,

 

                       je hockeymaatjes.

 

 

 

 
Lo Banz 1930-2013 

Bescheiden, betrouwbaar. Dat zijn de woorden die iedereen te binnen schieten als je aan Lo Banz denkt. Ook: aimabel, op de achtergrond. En als 'Heineken man' natuurlijk wel altijd met een biertje in de hand!

Lo Banz kwam in 1972 bij Hockeyclub Amsterdam, als vader van zijn zonen Casper en Alexander. Het duurde niet lang of zijn kwaliteiten als de 'man van Heineken' werden ontdekt en ingezet voor de hockeyclub.

In het bestuur van voorzitter Udo Suermondt, begin jaren '80, was Lo commissaris accommodatie. Zijn taakopvatting was indrukwekkend. Hij was er altijd, keek nooit op de klok en zorgde door zijn voortdurende aanwezigheid dat de terreinen en het clubhuis goed beheerd werden. Trouw keurde hij iedere zaterdag- en zondagmorgen de velden, een klus die zo'n 4 uur in beslag nam.

Lo werd vice-voorzitter in het bestuur van Cees van der Slikke en voorzitter van de kunstgrascommissie; na veel gedoe en geharrewar met VRA en Hurley werden uiteindelijk de twee kunstgrasvelden (veld 4 en 5) in 1986 aangelegd.

Het is natuurlijk niet verwonderlijk dat Lo in 1989 benoemd werd tot Lid van Verdienste van de AH&BC, een bijna vanzelfsprekende waardering voor al datgene wat hij voor de club gedaan heeft.

Nooit kwam er een onvertogen woord over zijn lippen, niemand werd door Lo geschoffeerd. Hij zorgde voor de correcte teksten in brieven naar buiten, én in Het Krantje. Het schaamrood steeg hem naar de kaken toen zijn zoon tijdens de bonte avond op het Bishop's Stortford toernooi schunnige teksten declameerde.

Na zijn actieve werkzaamheden op Amsterdam bleef de band met en de liefde voor Amsterdam bestaan. Trouwe bezoeker van wedstrijden van Dames en Heren 1, óók de uitwedstrijden. Trouwe bezoeker van de ALV's op de club, op de verjaardagen 28 januari, op bijeenkomsten van de Vrienden van Amsterdam. En een warm hart voor de LG-hockeyers van onze club, die hij vanaf hun start in 2000 als supporter ook financieel steunde. Geheel naar zijn wens is het bedrag dat besteed zou worden aan bloemen voor zijn begrafenis ter beschikking gesteld aan de beide LG-teams.

Lo Banz is 4 september tijdens een korte ziekenhuisopname overleden. Wij hopen dat zijn echtgenote Lies en zonen Casper en Alexander veel kracht zullen vinden om zonder Lo door te gaan. Wij zullen hem zeer missen op de tribune en in het clubhuis.

 
Manja Doyer-Gelissen 1927-2016 

Vrijdag 21 oktober hebben we afscheid genomen van mevrouw Mr. H.C. Doyer-Gelissen, Manja. Lid van Verdienste sinds 1982, en tijdens de viering van 100 jaar AH&BC in 1992 benoemd tot Erelid.

Manja. In haar voor de club actieve jaren geliefd in alle geledingen van de club. Als trouwe supporter van Heren 1, als dé organisator van toernooien en evenementen (maar niet de veldindeling en scheidsrechters), als aanspreekpersoon voor bestuur en commissies, als één van de contactpersonen voor de KNHB, en als moeder voor het hele team van haar zonen.

Voor het Heren 1 uit de jaren 90 kon de wedstrijd goed beginnen als de mannen tijdens het warm lopen in het bos Manja met haar ‘lat’ hondje (een hondje dat ze deelde met de buurvrouw) op een plaid in het gras zagen zitten, in afwachting van de wedstrijd. Nooit sloeg zij een wedstrijd over, uit of thuis. Of op toernooien, in Barcelona bij voorbeeld. In 1988 overhandigde Heren 1 haar de ‘Vader Staal Bokaal’ als blijk van waardering voor haar trouw aan het team. Nog in juni van dit jaar straalde zij tijdens de jaarlijkse uitreiking van de Bokaal.

Eind jaren 70 nam de club de bar in eigen beheer. En wie was bereid de horeca-cursus te volgen die nodig was om vergunninghouder (dus verantwoordelijk voor alle drank en catering) te worden? Manja, samen met Mapje Hamming werd zij tijdens de cursus tussen alle caféhouders bekend als de ‘Dames van de hockey”. Tot 1994 draaide de club op deze vergunning, en dat baarde Manja zorgen. Een vergunninghouder moet nl. een aantal dagen op de club zijn, en dat was voor haar niet mogelijk.

De dames, met hulp van een tiental andere moeders van de club die bekend werden als "de Engelen van Amsterdam” , runden het clubhuis als een bedrijf. Kas bijhouden, sleutelbeheer, bestellingen plaatsen, inkopen van limonade tot koffiefilters bij de Makro, het hele clubhuis inclusief toiletten controleren op maandagmorgen, gordijnen en schorten (alles rood-zwart) maken én wassen – niets was deze Engelen teveel.

Ging er dan ook weleens iets fout? Jawel, één keer: voor een toernooi met heel veel teams met toen 12 spelers vermenigvuldigde Manja het aantal te bestellen broodjes per ongeluk opnieuw met 12. Het keukenliftje bleef maar manden broodjes naar boven brengen! Manja was ontzet over deze vergissing maar droeg ook direct de oplossing aan door her en der de bolletjes te verkopen.

Eén van de eerste leden van de Vereniging Vrienden van AH&BC was Manja. Graag kwam zij op de borrels, en nooit sloeg ze een ALV over. Ook de ALV van de hockeyclub zelf werd trouw bezocht, en alle besturen door de jaren heen konden op haar steun en respect rekenen.

Manja, met je pientere oogjes en lieve lach.

Hockeyclub Amsterdam is je heel veel dank verschuldigd. Je blijft in onze herinnering als een sprankelende, krachtige maar oh zo lieve persoonlijkheid, die we heel erg zullen missen.

Lies Banz en Bonnie Groenemeijer


 
Marianne Pennink-Clous 1941-2004 

(Clubarchief 9 januari 2004)

 

Een overbekend en geliefd gezicht van iemand die zich jarenlang heeft ingezet voor de Amsterdamsche Hockey & Bandy Club moeten wij, tot ons groot verdriet, sinds 9 januari 2004 voor altijd missen.

Marianne was de moeder van Jurriaan en Claartje Pennink, die in 1979 lid werden van onze hockeyclub. Hun ouders waren meteen zeer betrokken bij Amsterdam. Jan Willem eerst als coach, later als lid van de jeugdleiding en tenslotte als bestuurslid van AH&BC, commissaris jeugd. Hij kon dit naast een drukke werkkring doen, omdat Marianne hem achter de schermen erg heeft geholpen.
Zelf heeft Marianne een grote, inspirerende en motiverende inbreng gehad in het clubhuis en de bar van Amsterdam. Ze begon als hoofd van de 'zaterdagmoeders' achter de bar en in de keuken. Ze deed dit zeer intensief, en was zo zeer betrokken bij ieders wel en wee dat ze bij toernooien, jeugdfeesten en andere evenementen altijd op extra hulp van 'haar moeders en vaders' mocht rekenen.
Marianne werd vice-voorzitter van de Sociëteitscommissie, en ook de spil van de 'Engelengroep'. Op maandag, als alle hockeyers zich weer aan werk en studie zetten, brak voor de Engelen het leukste uitje van de week aan, zo schreef Marianne in het Gedenkboek AH & BC 1892-1992. 'Het is dan net of we naar ons buitenhuisje gaan (….) - de grijze kolos die van buiten niet de indruk wekt dat het er binnen zo sfeervol en gezellig kan zijn'.
Die sfeer en gezelligheid kwamen mede door toedoen van Marianne tot stand. Ze had veel inbreng in zaken betreffende de bar en het clubhuis, of het nu ging over gordijnen, meubilair, keukenapparatuur, servies - of over toernooien, ontvangsten en partijen. Aan alles gaf zij een extra cachet. Jarenlang was ze de trouwe begeleidster op de piano van St. Nicolaas wanneer hij het clubhuis bezocht, en aan haar optreden met het Lustrumcabaret in 1982 (het 90-jarig bestaan van Amsterdam) in de Koepelkerk bewaren velen een heel dierbare herinnering.

Het bedenken van cadeaus (verpakt en versierd in zwart/rood), interviews geven aan en stukjes schrijven voor 't Krantje, het houden van toespraken - het waren de speciale gaven van Marianne.
Steeds als zij verscheen werd het gezellig. Ze was heel attent, had voor iedereen een luisterend oor en hielp waar ze kon. In onze Engelengroep werd veel gepraat, gediscussieerd en - misschien wel het belangrijkste - ontzettend veel gelachen.

Marianne, het is heel stil geworden in onze Engelengroep, en met ons missen velen je heel erg.

Lies Banz-Thooft

 
Nico van der Linden 1926-2002 

Er blijft een plaats onbezet in het Wagener Stadion. Nico van der Linden (Niek) overleed onverwacht op maandag, 23 december. Velen kennen zijn opvallend onopvallende verschijning. Die lichtgebogen man op leeftijd, die witgrijze haarkrans, altijd gesoigneerd gekleed, de voorzichtige tred en vorsende blik. Voortdurend zoekend naar degenen met wie hij een woord wilde wisselen.

Zijn intense interesse naar de verrichtingen van zijn Dames 1 en Heren 1 en 2. De persoonlijke relaties die hij met veel speelsters en spelers had. De analyses na gepleegde inspanningen. Zijn meningen over hoe het had gemoeten. Zijn invitaties voor een etentje met groepjes spelers van heren 1. Zijn spontane traktaties, waarbij vooral de kwaliteit van de haringen een uiterst plezierige nasmaak opleverde. Die verschijning aan de bar, tijdens de trainingen, wat eten met Pallieter en daarna vooral praten met de mannen.

Maar ook op zaterdag die interesse. Voor zijn jongens C, voor zijn kleinzoon Ollie die met grote creativiteit het altruïsme van Opa exploiteerde. Ontelbare gesponsorde Marsen, kroketten, ' Extrannetjes' en tosti's vonden hun weg naar die grijpgrage handjes.

In het Wagener blijft een plaats onbezet. Geen plotselinge hand meer op je arm, die blik vol verwachting naar de wedstrijd die op beginnen staat. Dat sigaretje met een lichte trilling naar de mond gebracht en altijd die vragen naar de laatste nieuwtjes rond zijn spelers.

De hockeyclub Amsterdam is een trouwe fan armer. De wereld voelt leger en een beetje stiller. Niek, rust zacht, ze blijven voor je spelen.

Namens velen,
Raoul Hoyng

 
Nico Visser 1931-2004 

(Clubarchief juli 2004)

Op 6 juli 2004 overleed toch nog vrij onverwacht Nico Visser.

Nico werd in 1947 lid van de AH&BC en is zijn hele leven "Amsterdammer" gebleven. Geen groot hockeyer, maar wel een zeer gewaardeerd teamgenoot en een kundig bestuurder. Onder voorzitterschap van zijn elftalgenoot Han van der Heijden en later Eppo Hannema beheerde Nico in de jaren 1975-1978 de financiën van onze club. Nico klaarde menige klus, zoals de afbouw van de Amstel(Vecht)lening en het oplossen van onduidelijkheden met de KNHB.
Terecht werd Nico in 1978 als eerste benoemd tot lid van verdienste van onze club.

Als trouw lid van Heren XVIII/Veteranen C staat Nico op het schilderij in de veteranenhoek van het clubhuis, vanwaar hij onze club tot in lengte van jaren zal volgen.

"Amsterdam" is Nico veel dank verschuldigd.
Hemmo Pieck

 
Oswald Royaards, 1935-2016 

Ons kwam ter ore dat Oswald afgelopen 9 augustus is overleden. Oswald was penningmeester van 1980 tot 1984. Hij heeft samen met de toenmalige voorzitter Udo Suermondt veel betekend voor onze club; op financieel gebied heeft hij een belangrijke rol gespeeld destijds. Ook was Oswald nauw betrokken bij de ontvlechting van de SIHA (Stichting Internationaal Hockeycentrum Amsterdam), waarna KNHB eigenaar werd van het stadion en Amsterdam het clubhuis verwierf.

Naast deelname in het bestuur, maakte Oswald deel uit van het roemruchte Heren XVIII (zie schilderij en foto) en hij was Lid van Verdienste. Verder werkte hij in het dagelijks leven bij de Technische Unie.

 

AH&BC heeft plezierige en positieve herinneringen aan Oswald. Wij wensen zijn familie en naasten sterkte in dit verlies.

 

Het Bestuur



Schilderij: rij 3, derde van links  
Paul Bon 1924-2012 

Op 24 december 2012 is overleden ons (oud) lid Paul Bon. Voor de communicatie met zijn omgeving een ingewikkelde datum om actie te ondernemen. Paul werd in 1945 lid van de A.H.&B.C. en hij heeft alle goede en minder goede tijden van onze club meegemaakt. De laatste jaren is hij door zijn afnemende gezondheid helaas buiten het gezichtsveld van velen geraakt. Paul kwam nog wel vanuit zijn huis, Wallestein 63 in Buitenveldert, naar het stadion om naar Heren I te kijken, maar als je hem onderweg een lift had aangeboden, gaf hij er de voorkeur aan liever zelf te lopen, al ging dat steeds moeilijker.

Paul heeft in veel elftallen gespeeld, zijn laatste team bij Amsterdam was Veteranen-B. Hij was zeer balvaardig en speelde met veel spelinzicht en techniek, maar vooral was hij sociaal en sportief.
Een leuk voorval was het uitje van Vet.-B naar Oisterwijk, zoals dat elk jaar door Beate

en Henriëtte wordt georganiseerd. Alle ploegmaten reden naar het opgegeven hotel, maar bij het begin van de borrel misten wij Paul Bon. Hij was naar Oosterhout gereden en kon zijn gezelschap niet vinden. Hij is toen woest naar huis teruggereden en vond thuis het juiste adres van het hotel in OISTERWIJK. Hij was zo kwaad op zichzelf dat hij met de trein alsnog naar Oisterwijk ging, en ik heb hem na een gezellig weekend keurig thuis afgeleverd.

Op 29 april 1989 hebben velen van zijn vrienden aan boord van de Kapitein Kok zijn 65ste verjaardag gevierd en dat beviel hem zo goed, dat hij 5 jaar later nog een groter aantal gasten had uitgenodigd. Voor hen die daarbij aanwezig waren: het was "ONVERGETELIJK".
Paul was getrouwd met Jannie Martens en heeft een zoon Alexander, maar hij is helaas als weduwnaar gestorven.

Ik wens Alexander veel sterkte toe met het verlies van zijn Vader.

De crematie heeft op maandag 31 december 2012 plaatsgevonden.

PAUL HORSMAN

 
Petra Prakke 1967-2015 
Dat lieve vrolijke gezicht, die lach.
Die twinkeling in haar ogen.

Ze blijven ons altijd bij, ze staan in ons geheugen gegrift.

Petra Prakke is niet meer. De zaterdagen zullen stiller en minder kleurrijk zijn zonder  haar langs de lijn of in het clubhuis.
En ook de zondagen. Heren L , "die oude mannen die iets spelen wat op hockey moet lijken” , zal haar missen.

In 1993 werd Petra lid van Amsterdam. De annalen vermelden niet in welk team ze terecht kwam maar ongetwijfeld speelde ze hoog want ze was een goede hockeyer. In 2005 zien we haar in Dames A, tot 2011. Daarna werd het Dames B en C, niets voor Petra.

Amsterdam mocht zich gelukkig prijzen met haar. Als moeder van vier hoog hockeyende kinderen vond ze het vanzelfsprekend iets te doen voor de club.
En als Petra iets deed, dan deed ze het met verve.

Categorieleiding? Natuurlijk! Nog koesteren we de mails die ze rondstuurde om nalatige personen op hun plichten te wijzen.

Commissaris materialen? Prima. Ze werd meteen de morele steun en spreekbuis voor haar ‘collega’ door onredelijke verzoeken voor hem te pareren.

Standje bemannen op de EHL? Op mij kun je rekenen! En hoe! Niemand kwam die stand voorbij zonder iets gekocht te hebben. Enne, die petjes verkopen niet voor die prijs, ik maak er €1,00 van dan zijn we ze tenminste kwijt. En zo gebeurde het ook.

Tijdwaarneming in het stadion? ‘Kunnen die mensen niet zelf op hun horloge zien hoe lang de wedstrijd nog duurt? Maar rooster me maar in.’

Dat werd gezellig daar, boven de poort in het stadion!

Want Petra was gezellig, en maakte het gezellig. Je genoot van haar opgewekte kijk op het leven, haar rake en humorvolle typeringen en van die stralende lach.

In de eerste plaats lag haar hart bij haar gezin, Ruben, Lot, Sem, Raf en Hanna. Maar eigenlijk was in haar hart ruimte voor iedereen. Alle teamgenootjes van de kinderen waren welkom, any time.  En nooit werd een wedstrijd van de kinderen overgeslagen,  totdat het een week voor haar overlijden door haar ziekte echt niet meer ging.

Lieve Petra, terecht kende het bestuur je in 2014 de Individuele Prestatiebeker toe. Je blijft daardoor tot in lengte van jaren verbonden aan Amsterdam en je naam blijft zichtbaar op de beker in de prijzenkast van de club.

We zullen trots voor en namens jou zijn langs het veld en op de tribune als de altijd enthousiaste Lot de sterren van de hemel speelt, Sem een mooie actie maakt, Raf een onmogelijke bal houdt en Hanna schittert in het Nederlands elftal.

In onze gedachten zul je met ons meekijken.

Dankjewel voor wie je was.

We hebben van je genoten, en om je gehuild.

Rust in vrede.


De vele vrienden en vriendinnen
die je op de club hebt gemaakt.
 
Pieter Merkx 1949-2007 

Onze bouwmeester is niet meer.
Na een periode van afnemende gezondheid is Pieter Merkx op 13 september 2007 op 58-jarige leeftijd overleden.
Pieter blijft in onze herinnering als de man die met passie en inzicht de vernieuwing van ons clubhuis ter hand heeft genomen.
Toen het bestuur hem in 2000 verzocht de vernieuwing als bestuurslid "bouwzaken” ter hand te nemen, ging hij daar, ondanks zijn drukke baan, met plezier en overgave op in. Hij heeft deze opdracht tot een indrukwekkend einde gebracht: een prachtig, praktisch geheel nieuw clubhuis, dat zijn waarde nog elke dag bewijst.
Zoals elke goede bouwmeester duldde hij niet teveel inspraak, maar voor suggesties stond hij altijd open. Zo kon het clubhuis de allure krijgen die hem voor ogen stond.
Zijn taakopvatting was indrukwekkend. Hij was er altijd, keek nooit op de klok en zorgde door zijn voortdurende aanwezigheid dat de verbouwing gebeurde zoals die gepland en begroot was.
Hoe doortastend hij als bouwmeester ook was, hij bleef als mens altijd begaan met zijn medemens. Hij kon er zichtbaar van genieten als andere mensen het naar hun zin hadden. De manier waarop de gebruikers van het clubhuis zich steeds weer prettig voelden in "zijn” huis gaf hem dan ook een geweldige voldoening.
Zijn prettige eigenzinnigheid, die hem als bouwmeester zo kenmerkte, liet hem ook bij het hockey niet in de steek. Ook op dat gebied stak hij zijn mening niet onder stoelen of banken. En ook hier wist hij waarover hij sprak: hij bezocht alle wedstrijden, uit en thuis, dames en heren. Het is dan ook bijna vanzelfsprekend dat hij als scheidsrechter zo nu en dan een behoorlijke partij kon meeblazen.
En op zaterdag was daar natuurlijk altijd de wedstrijd van zijn zoon Patrick. Zo’n wedstrijd beoordeelde hij altijd iets minder objectief. Daar was de liefde voor het team iets te groot voor. Hij genoot van de rol die Patrick in dat team speelde.
Het is natuurlijk niet verwonderlijk dat Pieter vorig jaar benoemd werd tot Lid van Verdienste van de AH&BC, een bijna vanzelfsprekende waardering voor al datgene wat hij voor de club gedaan heeft.
We zullen ons Pieter herinneren als een hardwerkend bestuurslid en een hartelijke, meelevende persoonlijkheid. Een man, die samen met zijn vrienden kon genieten van het leven op en buiten de club.
Pieter, bedankt voor je intense inzet, maar ook voor je vrijgevigheid, gezelligheid en humor.
Ons clubhuis zal leger zijn voortaan.
Namens je vrienden,
Michel Mutsaerts

 
Pim Alink, april 2003. 

Enige weken geleden is een memorabel lid van onze vereniging overleden.
Niet dat Pim Alink erg op de voorgrond trad. Integendeel, hij was in zekere zin een bescheiden mens dat geamuseerd toekeek hoe zijn collegae "bestuurshaantjes" zich profileerden. In de jaren 80 en 90 heeft Pim binnen en buiten het bestuur van de AH&BC zich ontfermd over het reilen en zeilen van de velden en opstallen van de vereniging.
In de periode dat kunstgrasvelden en het fenomeen "sponsoring" in opkomst waren, deed hij er alles aan om - in de ontstane euforie - onze voetjes op de vloer te houden.
In die financieel ingewikkelde tijden (zullen die ooit overgaan?) heeft Pim veel voor de club geregeld en georganiseerd. Met zijn "doe maar gewoon" benadering bond hij zowel de groundsmen als de wethouder aan zich.
Pim Alink behoorde tot de fameuze Veteranen D groep die ook door zijn inspiratie veel voor de AH&BC heeft betekend. De laatste jaren hebben we hem niet meer zoveel op de club gezien. Gedurende de week dronk hij zo nu en dan nog graag een pilsje met Peter Fontijn; daar lag zijn belangstelling: bij het fundament van de vereniging, de randvoorwaarden, de velden, materialen en opstallen.
Wij wensen Lilian, Gabrielle, Bas en Josanne sterkte met dit verlies, en gedenken Pim met plezier en waardering.

Bestuur AH&BC 1988 - 1990

 
Remco Vogelzang 1959-2011 

In de nacht van maandag 3 op dinsdag 4 januari is onze oud-Heren 1 speler Remco Vogelzang aan een hartstilstand overleden.

Opgegroeid in Apeldoorn, kwam Remco via Hattem in 1979 naar Amsterdam, waar hij bijna 10 jaar speelde in Heren 1 op het middenveld. Een aantal jaren was hij de  aanvoerder van Heren 1 - en als zeer inspirerende aanvoerder ging hij altijd vooraan in de strijd. Ook in zijn tijd, de jaren 80, was Amsterdam een zeer waardige tegenstander in de Hoofdklasse.
Helaas werd hij zelf nooit landskampioen op het veld,  maar in de zaal mocht hij 2 maal achtereen de nationale beker in ontvangst nemen.
In 1985 kwam Remco 4 keer uit voor het Nederlands Elftal, waarvoor hij 1 keer scoorde.

Wij wensen zijn zonen Jelle en Gijs, hun moeder Mariëtte, en Maria heel veel sterkte bij het dragen van dit plotselinge, grote verlies.
 
Namens het bestuur,
Erik Cornelissen

 
Tiny Ulbrich-van Nek, juni 2003 

Op 27 juni 2003 namen wij afscheid van Tiny Ulbrich-van Nek, erelid van de AH&BC.
Tiny was bijna 60 jaar lid van de AH&BC. Buiten haar sportieve prestaties in haar jeugd, in Dames 2 en Veteranen A, heeft Tiny enorm veel voor onze vereniging op organisatorisch gebied betekend.
Met haar tomeloze energie en nauwgezetheid eiste zij veel van zichzelf, en van haar directe omgeving in de club. Door haar activiteiten voor de jeugd werd Tiny in 1969 bestuurslid, en nam zij samen met Hans Wagener de leiding van de jeugd op zich. Daarbij spande zij zich ook in voor de internationale contacten met Bishop's Stortford en Herts & Essex.

Voor haar totale inzet voor de jeugd gedurende vele jaren werd Tiny in 1973 benoemd tot erelid van onze vereniging.
In haar veteranentijd nam zij de ledenadministratie onder haar hoede, en maakte zij deel uit van de 'Engelen van Amsterdam', het team damesvrijwilligers.

Tiny, aan wie de AH&BC veel dank verschuldigd is, leeft in ons aller gedachten voort.

Hemmo Pieck

 
Tom de Mol van Otterloo 1942-2011 

Op 23 juni jl. is Tom toch nog geheel onverwacht van ons heengegaan.

Tom was één van de oudste leden van onze club: hij werd lid in 1953 en heeft vele jaren in de seniorenelftallen van Amsterdam gespeeld. Na een korte onderbreking werd hij begin jaren ’80 weer actief en speelde in diverse elftallen.

Tom was een echt clubmens. Samen met Anne was hij altijd bereid bardiensten te draaien. Beiden waren fervent bezoeker van zowel de thuis- als uitwedstrijden van Heren 1. Daarvoor ontvingen zij dan ook in de tweede helft jaren ’80 de Vader Staal Bokaal.

Na de periode bij de senioren werd Tom speler van Veteranen C. Toen begin ’90 duidelijk werd dat het LX team niet meer gecontinueerd kon  worden heeft hij, samen met de andere veteranencaptains, het initiatief genomen voor een nieuw Veteranenteam L.

Hij is daarvan jarenlang, tot 2009, captain geweest. En dikwijls was hij –geheel conform zijn verantwoordelijksgevoel- ook non-playing captain, die alles regelde en altijd aanwezig was. Tom genoot zonder ophouden van de club, van zijn teamgenoten en tegenstanders.

Naast hockey had Tom nog 2 passies: de marathon en koken. Tom liep de marathon in voor zijn leeftijdscategorie opmerkelijk snelle tijden. Het koken bracht hem veelvuldig in contact met leden van Amsterdam. Zo kookte hij 'op locatie' voor Dames 1 en de laatste jaren ook voor het bestuur, wat hem lovende kritieken opleverde.

Vanaf de oprichting van de Vereniging Vrienden van de AH&BC in 1995 was Tom nauw betrokken bij 'De Vrienden'. In 2008 werd hij tot penningmeester benoemd.

We verliezen in Tom een goede kameraad en een zeer sportief lid, en leven mee met Anne, de kinderen en familie. Hen wensen we veel sterkte toe.

Namens de voormalige Veteranen C- en L–spelers en aanhang,

en de leden van de Vrienden van Amsterdam,

 

Cees van der Slikke

Gerard Tjaden

 
Truid Blaisse-Terwindt, december 2002 

Op 30 december 2002 brachten wij G. (Truid) Blaisse-Terwindt naar haar laatste rustplaats in haar zo geliefde Amerongen.
Truid werd in 1931, als 14-jarig meisje, lid van de AH&BC en werd direct opgenomen in het eerste dameselftal.
In 1933 stuurden haar ouders Truid naar een buitenlandse kostschool. Terug in 1935 was zij een hoeksteen voor Dames 1 bij het behalen van het landskampioenschap in 1937 en 1938. In die periode speelde Truid negen maal in het Nederlands elftal.

Haar huwelijk met oud-bestuurslid (1930-1934) H.F. (Huib) Blaisse in 1938 maakte een einde aan haar korte, maar succesvolle hockeycarrière.
In het Lustrumboek 1892-1992 staat een interview van Eppo Hannema met Truid, waarin zij onder meer zegt dat ze verrast werd door het feit dat de trofee, behorende bij de landelijke hockeydag voor meisjes in 1943, naar haar vernoemd werd. Als het maar enigszins mogelijk was, reikte zij deze "Truid Terwindt"-beker jaarlijks zèlf uit. Truid is altijd donateur van Amsterdam gebleven. Alle kinderen uit dit echte hockeyhuwelijk hebben de "Amsterdam-kleuren" verdedigd.

Haar sportieve leven zette zich wel voort in haar tenniscarrière (bij de LTC "Festina"), waarin zij enkele malen, zowel in het enkel-, dubbel- als mixedspel, kampioen van Nederland werd.

Vanaf de oprichting was zij een enthousiast lid van de "Vrienden van Amsterdam"; op 20 oktober jl. was zij nog van de partij, altijd geïnteresseerd in de volgende- en de daarop volgende generatie van haar clubgenoten.

Wij verliezen in haar een markante persoonlijkheid, maar vergeten doen wij haar niet!

Hemmo Pieck

 
Udo J. Suermondt 1920-2011 

Met droefenis ontvingen wij het bericht dat ons erelid en oud-voorzitter Mr. Udo J. Suermondt in de nacht van 21 februari is overleden op 91-jarige leeftijd.

Udo Suermondt  is een begrip op Hockeyclub Amsterdam. In de jaren 60 kwam hij via zijn dochter in contact met onze vereniging, en was ogenblikkelijk verknocht aan Amsterdam. Hockey zat hem in het bloed, in zijn jonge jaren speelde hij bij HDM op hoog niveau.

De club is hem veel dank verschuldigd. Als voorzitter van het bestuur bracht hij in 1980 de in financiële nood verkerende vereniging binnen 2 jaar terug op een gezonde financiële basis, gaf ieder bestuurslid een duidelijke taakomschrijving, stelde commissies in die nauwlettend door hem in de gaten werden gehouden, en bracht de topelftallen ertoe net als iedereen contributie te betalen en een eigen bijdrage te leveren voor hun reisjes naar het buitenland.
Udo regeerde met strakke hand, en was overal.
 
Hoogtepunten voor hem maar ook voor de jeugd van AH&BC zijn de jaarlijkse uitwisselingen met Bishop Stortford in Engeland geweest. Aanvankelijk verscheen de deelnemende jeugd op zijn verzoek (of instructie?) in blazers op Schiphol! En na wedstrijden in barre omstandigheden zorgde Udo als eerste voor een hartverwarmende opkikker in het clubhuis.
Want, zoals het een goed hockeyer betaamt, hield ook Udo van een glaasje. Om het nuttige met het aangename te verenigen organiseerde hij de 'sherry-ochtenden' om de band met de besturen van Hurley en Pinoké te verstevigen. Waar de 3 bosclubs nogal eens met elkaar overhoop lagen, zorgden deze sherry-ochtenden ervoor dat zij in harmonie naast elkaar leefden.

Tot vorig seizoen sloeg hij geen wedstrijd van Heren 1 over; bij de evenementen zoals de EHL en de Europacup kreeg hij de laatste jaren terecht een ereplaats.
En zo lang als hij kon kwam hij op zaterdag en zondag voor dag en dauw op de club om de velden goed of af te keuren. Veel leden herinneren zich nog de opgewekte stem in het antwoordapparaat op de vroege morgen met het advies vooral te komen maar je wel warm aan te kleden omdat het koud was. En passant informeerde hij of de beller zijn contributie al had betaald.
We hebben nooit een vervanger voor hem kunnen vinden.
 
Als liefhebber van hockey en als vrijwilliger pur sang kon het Dames Dinsdag Veteranenteam tot enkele jaren geleden altijd op hem (en op Hans Margadant) als scheidsrechter rekenen. Helemaal onpartijdig was Udo niet, het Amsterdam team heeft menige aan Amsterdam toegekende vrije slag in de stick van de tegenstander gespeeld.
 
Treffend voor Udo was dat hij als trouwe bezoeker van de Algemene Ledenvergadering na afloop steevast zijn vertrouwen uitsprak in het Bestuur, en de bestuursleden bedankte voor de geleverde inspanningen.
Wij koesteren de uitspraak van Udo "Amsterdam is een prachtige vereniging met een mooie Amsterdamse geest". Dankjewel Udo, de club zal je missen!

 
Namens velen,
Bestuur AH&BC
 

 

 
Vader Staal, juni 2003 

Gerard Staal is de vader van Mark. En Mark was in de jaren '70 en '80 speler van het 1e Herenteam van de hockeyclub Amsterdam.
Vader Staal volgde alle wedstrijden van zijn zoon, zowel thuis op de tribune van het Wagener Stadion als ook uit tot in de verste hoeken van het land.
Dit bewijs van trouw aan zijn zoon en aan het team maakte zoveel indruk op de spelers, dat zij hem op de jaarlijkse afsluiting van het hockeyseizoen benoemden tot supporter van het jaar. Dit was in 1984, nu 19 jaar geleden.
Uiteraard hoorde hier een beker bij. Dit werd de Vader Staalbokaal.
En zo ontstond de traditie dat Vader Staal ieder jaar het hockeyseizoen afsloot met de uitreiking van zijn beker aan de trouwste supporter, gekozen door het team.

Ook toen zoon Mark allang andere zaken belangrijker achtte dan het hockey, was Vader Staal immer actief bij de uitreiking van zijn beker, waar hij steevast met een stichtende toespraak alle aandacht kreeg.
Het team, dat dan nog vaak in een roes van succes of teleurstelling verkeerde, afhankelijk van het behaalde resultaat, werd door hem steeds weer met beide benen op de grond gezet.
Niet de prestaties werden door hem aangestipt, maar vooral teamgeest, karaktervorming en de relatie sport en maatschappij waren onderwerpen, die hij in al die 19 jaren van uitreiking benadrukte.
Zodoende bracht hij een traditie tot stand, die uniek is niet alleen in de club maar ook in de hockeywereld.

Alhoewel hij de laatste tijd al ernstig ziek was wilde hij ook aan het einde van dit hockeyseizoen nog éénmaal persoonlijk aanwezig zijn en 17 dagen voor zijn heengaan heeft hij toch met zijn laatste krachten in een nieuw kostuum over zijn vermagerde schouders, de bokaal voor de laatste keer uitgereikt en met een meer dan indrukwekkende toespraak afscheid genomen van de spelers en begeleiding, die landskampioen waren geworden, van het bestuur, van een aantal eerdere winnaars van de bokaal en van de club, waar hij zoveel uren heeft doorgemaakt en waar hij het condoleancebezoek na de begrafenis wilde ontvangen, hetgeen een unicum is in de club.
Wij hebben hem tijdens dat afscheid beloofd, dat de Vader Staalbokaal en dus ook de nagedachtenis aan Vader Staal voor altijd verbonden zal blijven aan het team en aan de club.

Moge Vader Staal rusten in vrede.

Joep Brenninkmeijer

 
Wil A.T. Wajer-Schraven 1939-2012 
Onze lieve Wil is niet meer. Stilletjes heengegaan op 13 maart. We zagen haar de laatste jaren niet veel meer, het lopen werd haar te moeilijk. Altijd kwam ze op de Algemene Ledenvergadering, en als ze verhinderd was liet ze dat weten. Ook altijd was ze er bij de wedstrijden van Dames en Heren 1. Nooit op de voorgrond of nadrukkelijk aanwezig: ze zocht een plaatsje achterin.

Wil's grote belangstelling lag in de arbitrage van hockeywedstrijden. Zij kende alle scheidsrechters, en allen kenden haar. Heel trots, en terecht, was zij op haar zoon Jorgen en dochter Nicole, die beiden veel bereikten in de hockey-arbitrage: Nicole is internationaal scheidsrechter van de FIH. Wil vergezelde haar graag naar haar buitenlandse wedstrijden.

In ons 'oude' clubhuis kon iedereen bij Wil terecht in haar 'winkeltje' om de hoek van de benedeningang. Was je je kousen vergeten, had je een bitje nodig of zocht je een AH&BC-trui: zij wist raad. Iedere zaterdag en zondag, in weer en wind. Dankbaar als je haar een kopje koffie kwam brengen. En was je verlegen om een praatje: Wil bood een luisterend oor en hield voor zich wat zij hoorde.

Met de verbouwing van het clubhuis in 2001 verdween het winkeltje van Wil, maar zij bleef actief voor Amsterdam. De club maakte graag gebruik van haar nauwkeurige registratie en archief van het Nederlandse- en het AH&BC-hockey in het bijzonder, en zo werd zij onze club-archivaris. Als je het 'calendarium' op ahbc.nl > geschiedenis bekijkt begrijp je hoe waardevol haar bijdrage is geweest. Terecht werd zij in 2002 benoemd tot Lid van Verdienste van onze club.

Het winkeltje van Wil bestaat nog steeds, en is tegenwoordig slechts bij een handjevol leden bekend als de 'kast van Wil'. Nog altijd met AH&BC spullen en een enkel strikje dat Wil bevestigde aan AH&BC speldjes: rood met wit voor de Dames, rood met zwart voor de Heren.

Lieve Wil, we houden je kast in ere. Dankjewel voor alles wat je voor de club hebt gedaan. Je was een echte 'Amsterdammer', in hart en nieren. We zullen je missen.

Rust in vrede.

Namens velen,

Bonnie Groenemeijer
 
Willem Werner 1923-2011 
Op 4 december jl. overleed op 88-jarige leeftijd, twee dagen voor zijn verjaardag, de heer Willem Werner. Zijn kinderen speelden bij Amsterdam en zodoende kwam hij in contact met onze vereniging. Zijn zoon Xavier speelde zelfs in Heren 1.
De heer Werner was indertijd algemeen directeur van de Banque de Paris et des Pays Bas (later Paribas), gevestigd aan de Herengracht in Amsterdam, en hij besloot medio zeventiger jaren onze club te gaan sponsoren.
Genoemde bank was daardoor de allereerste clubsponsor in de hockeywereld! De naam van de bank verscheen op de shirts van Dames en Heren 1.

Het kwam in die jaren ook voor dat de penningmeester krap bij kas zat en als Dames 1 moest gaan deelnemen aan de Europa Cup in een ander land kon altijd worden 'aangeklopt' bij de sponsor. Ondanks het vaste jaarlijks te ontvangen bedrag mocht Amsterdam dan rekenen op aanvulling.

De heer Werner vervulde een pioniersfunctie in de sponsorwereld van de hockeysport. Amsterdam is hem hiervoor veel dank verschuldigd.
Hij ruste in vrede.

AJ van Kempen.